Spreekwoorden met `no`

Zoek


208 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `no`

  1. een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
  2. een dag is nooit zo nat of de zon schijnt altijd wat (=ook bij nare situaties zijn er lichtpuntjes)
  3. een gek en zijn geld blijven nooit lang bij elkaar (=geld uitgeven aan nutteloze en onnodige dingen)
  4. een goed paard maakt nog geen goede ruiter. (=niet enkel de middelen tellen, ook de vaardigheid is belangrijk om resultaat te krijgen.)
  5. een goed verstaander heeft maar een half woord nodig (=voor een goed verstaander is een kleine aanwijzing genoeg)
  6. een goede haan kraait nog wel eens weer. (=een goede leider waarschuwt meer dan eens)
  7. een harde knoest heeft een scherpe bijl nodig (=een slechte gewoonte is moeilijk te verdringen)
  8. een harde noot kraken (=dingen bespreken die moeilijk liggen, een moeilijk karwei doen)
  9. een kale kip kan nog leggen (=iemand die niets heeft, kan nog voor je werken)
  10. een knoop in zijn zakdoek leggen (=iets doen om ergens zeker aan herinnerd te worden)
  11. een knorhaan pikken (=een dutje doen)
  12. een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje (=voor een gewone broodmaaltijd moet niet te veel gebeden worden)
  13. een lelijke noot met iemand te kraken hebben (=met iemand nog iets af te rekenen hebben)
  14. een oud voerman hoort nog graag het klappen van de zweep (=iemand die oud is vindt het fijn te praten over dingen van vroeger)
  15. een oude bok lust nog wel een jong/groen blaadje (=een oude man is nog wel seksueel geïnteresseerd in een jong meisje)
  16. een paling (snoek) gevangen hebben (=iemand die per ongeluk in het water is gevallen)
  17. een snoek op zolder zoeken (=iets onmogelijks zoeken, vergeefse moeite doen)
  18. een snoek vangen. (=in het water vallen)
  19. een snor aan hebben (=lichtjes dronken zijn)
  20. één zwaluw maakt nog geen zomer (=één positieve gebeurtenis betekent niet dat alle problemen opgelost zijn.)
  21. elk heeft genoeg in eigen tuin te wieden. (=bekritiseer geen anderen als je zelf niet perfect bent)
  22. elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=men moet zich niet zorgen maken over de toekomst)
  23. er dik bovenop liggen (=overduidelijk zijn)
  24. er geen touw aan vast kunnen knopen (=door de onduidelijkheid niet kunnen begrijpen wat er wordt bedoeld)
  25. er heet noch koud van worden (=zich nergens iets van aantrekken)
  26. er heg noch steg weten (=ergens de weg niet kennen)
  27. er is met hem te eggen noch te ploegen (=er is met hem niets aan te vangen)
  28. er is nog nooit een kok gevonden die koken kan voor alle monden (=je kunt het niet iedereen naar de zin maken)
  29. er is reuk noch smaak aan (=het is weinig waard, het is niet interessant)
  30. er kan nog een kabeljauw onderdoor (=er is ruimte genoeg (brug, speling))
  31. er part noch deel aan hebben (=er niets van weten of niet aan deelgenomen hebben)
  32. er voor piet snot bij zitten (=er voor niets bijzitten)
  33. flink wat achter de knopen hebben (=veel gegeten en gedronken hebben)
  34. gauw is dood en langzaam leeft nog. (=iets te snel doen is niet goed)
  35. geen touw aan vast te knopen (=totaal onbegrijpelijk)
  36. geen zorgen voor morgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad (=de moeilijkheden van vandaag zijn genoeg om je zorgen over te maken)
  37. geloof nooit iemand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt (=wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
  38. genoeg ligt op het kerkhof. (=sommige mensen hebben nooit genoeg)
  39. genoeg voor een heel weeshuis. (=als je ergens heel veel van hebt)
  40. god noch gebod vrezen (=zich nergens iets van aantrekken - een misdadig leven leiden)
  41. harde noten kraken (=moeilijke tijden moeten doormaken)
  42. heeft de duivel `t paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in handen van slechte mensen gevallen, dan verlies je alles.)
  43. heeft de duivel het paard gegeten, dan neemt hij de toom ook nog. (=ben je eenmaal in de macht van slechte mensen, dan wordt het alleen maar erger)
  44. heg noch steg weten (=ergens de omgeving totaal niet kennen)
  45. het beestje bij zijn naam noemen (=duidelijk en precies zeggen hoe je over iets of iemand denkt; precies zeggen hoe iets zit)
  46. het is geen aangenomen werk (=het hoeft niet noodzakelijk zo snel te gaan)
  47. het is kruis of munt, zei de non en ze trouwde de bankier (=een keuze voor het materiële kan ten koste gaan van het spirituele)
  48. het is nog ver van zingen (=het is nog lang niet in orde)
  49. het kind bij de naam noemen (=eerlijk voor de mening uitkomen)
  50. het ligt aan de schaatsen en nooit aan de man. (=men geeft het gereedschap eerder de schuld dan zichzelf)

264 betekenissen bevatten `no`

  1. een achterdeurtje openhouden (=een redmiddel in nood houden)
  2. een wet van Meden en Perzen zijn (=een regel waarvan nooit mag worden afgeweken)
  3. een appeltje voor de dorst (=een reserve voor moeilijke tijden die mogelijk nog gaan komen)
  4. iemand op zijn vestje spuwen (=een standje geven en ongenoegen over iemand uiten)
  5. ongeluk komt zelden alleen (=een tegenslag wordt vaak gevolgd door nog meer problemen)
  6. de gulden middenweg (houden/bewandelen/verkiezen) (=een tussenstandpunt of tussenoplossing verkiezen)
  7. een bonte kraai maakt nog geen winter (=één voorbeeld is niet genoeg om een definitief besluit te nemen)
  8. een vriendelijk gezicht brengt overal licht (=een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan een nors persoon)
  9. je een hoedje schrikken (=enorm schrikken)
  10. de haren uit het hoofd trekken (=enorm veel spijt hebben)
  11. duizend doden sterven (=enorme angsten uitstaan)
  12. er zijn buik van vol hebben (=er genoeg van hebben)
  13. er het mes inzetten (=er grondig op ingrijpen, in de uitgaven besnoeien)
  14. zolang er leven is, is er hoop (=er is altijd hoop, dus geef nooit op!)
  15. met tijd en stond, gaat men de wereld rond. (=er is een juiste tijd is voor alles en sommige dingen hebben tijd nodig)
  16. het kan er niet af (=er is niet genoeg geld voor)
  17. er kan nog een kabeljauw onderdoor (=er is ruimte genoeg (brug, speling))
  18. de lucht hangt nog vol dagen. (=er is tijd genoeg)
  19. er wel pap van lusten (=er niet genoeg van kunnen krijgen)
  20. in het duister tasten (=er niets over weten, geen aanknopingspunten vinden)
  21. er part noch deel aan hebben (=er niets van weten of niet aan deelgenomen hebben)
  22. er een schepje opdoen (=er nog wat aan toevoegen)
  23. akte van iets nemen (=er nota van nemen - onthouden)
  24. erbij staan of men geen tien kan tellen (=er onnozel bijstaan)
  25. niet over rozen gaan (=er zijn nogal wat moeilijkheden)
  26. dat muisje heeft een staartje. (=er zullen nog problemen komen)
  27. het de keel uithangen (=ergens genoeg van hebben)
  28. je bekomst ergens van hebben (=ergens genoeg van hebben)
  29. ergens een potje te vuur hebben staan (=ergens noch wat zeer ongunstigs te verwachten hebben)
  30. de bocht achter/onder de arm houden (=extra voorzichtig zijn, iets nog niet garanderen. (een bocht houden in het touw dat je laat vieren))
  31. het hoofd boven water houden (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven)
  32. te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken (=geen kind meer, maar nog te jong voor volwassen zaken)
  33. iets aan je laars lappen (=geen notitie nemen van regels, wet of voorschriften)
  34. je kruit droog houden (=geen onnodige acties ondernemen of energie verspillen.)
  35. het huisje bij het schuurtje houden/laten (=geen onnodige uitgaven doen)
  36. slot noch zin (=geen touw aan vast te knopen)
  37. geen twee deuntjes voor één cent zingen (=geen zin hebben hetzelfde nog een keer te herhalen)
  38. een gek en zijn geld blijven nooit lang bij elkaar (=geld uitgeven aan nutteloze en onnodige dingen)
  39. je eindje wel kunnen halen (=genoeg (geld) hebben tot aan zijn dood)
  40. je koetjes op het droge hebben (=genoeg (geld) hebben voor de rest van het leven)
  41. het zat zijn (=genoeg ergens van hebben en er geen zin meer in hebben)
  42. ruim zijn aandeel in `s werelds lief en leed gehad hebben (=genoeg geluk en tegenslagen gekend hebben)
  43. in goede dorpen zijn/geraken (=genoeg verdiend hebben om niet meer te hoeven werken)
  44. als de berg niet tot Mohammed komt, zal Mohammed tot de berg gaan (=genoegen nemen met wat er beschikbaar/mogelijk is)
  45. gestolen goed gedijt niet (=gestolen zaken brengen nooit voordeel)
  46. de bak indraaien (=gevangen genomen worden)
  47. zo fris als een hoentje (=heel fris, nog erg jong)
  48. het is geen aangenomen werk (=het hoeft niet noodzakelijk zo snel te gaan)
  49. beter laat dan nooit (=het is beter dat iets een beetje te laat komt, dan dat het nooit gebeurt)
  50. het is een Spaans bordeel. (=het is een chaotische wanorde)

50 dialectgezegden bevatten `no`

  1. Immànt bezien gelèk en kaa no enen trèèn (=Iemand verbaasd aankijken) (Sintrùins)
  2. Is it no / ris tiid foar pypskoft? (=Is het nu / eindelijk tijd voor pauze?) (Fries)
  3. ja gèt gelijk, ist nô goed? (=ja je hebt gelijk, is het nu goed, ) (Sint-Niklaas)
  4. k zien no men kot (=ik ga naar huis) (Brugs)
  5. kan dur nô nie opkommen (=het valt me nu niet te binnen) (Sint-Niklaas)
  6. kgoan no me kip; kgoan no me nest (=ik ga slapen) (Ostêns)
  7. Kgon ensj no tosjken (=Ik ga eens naar het toilet) (Liedekerks)
  8. koer: no de koer gaun, nor achter gaun (=Naar het toilet gaan) (Lebbeeks)
  9. Kus toch no den hond zen juin. (=dat meen je toch niet. of: heb je nu dat van je leven meegemaakt) (Horpmaal)
  10. kust nô min voeten (kloûten) (=wel dat is straf!) (Sint-Niklaas)
  11. kust nô minnen frak (=wat heb je me daar?) (Sint-Niklaas)
  12. Kzien no men doze (=Ik ga naar bed) (Brugs)
  13. lept no de moun, got no chipka (=laat me gerust) (Trejjens)
  14. Loep no de faradjie (=Loop naar de duivel) (Walshoutems)
  15. Loep no de faradjiere (=Iemand naar de *tuut* sturen) (Walshoutems)
  16. lopt no bommelskoente (=loop naar de duivel) (Poperings)
  17. mè moa mokke no de mèt (=met mijn meisje naar de markt) (Willebroeks)
  18. me zijn no ferre van oys (=nog lang niet opgelost probleem) (Waregems)
  19. meej oew aajer nò Paose koome (=mosterd na de maaltijd) (Tilburgs)
  20. met t' oentje no de smesse goan (=gaan plassen (voor mannen) ) (Poperings)
  21. n brave vraa, maske go no den eimel (=een fatsoenlijk meisje gaat naar de hemel) (overijses)
  22. no (a) r makoar (=na elkaar) (Sint-Niklaas)
  23. no bacht'n goan (=Naar het toilet gaan) (Langemarks)
  24. nô ben ik vree koat (=nu ben ik heel kwaad) (Sint-Niklaas)
  25. nô bennik in den oap gelozjeerd (=nu heb ik een probleem) (Sint-Niklaas)
  26. no de faradjiere huelpe (=Kapot maken (voorwerp) ) (Walshoutems)
  27. no de kloeten (=kapot) (ternats)
  28. no de krolle goan (=Naar de kapper gaan (vrouwelijk) ) (Walshoutems)
  29. nò den donkeru (=na zonsondergang) (Brakels (gld))
  30. nô èd op minnen teen getrapt (=nu is het genoeg geweest) (Sint-Niklaas)
  31. nô èn zin min roapen gescheten (=nu hebben ze mij pijn gedaan) (Sint-Niklaas)
  32. no genacht oor ik gaat oitzette (=Ik ga er weer vandoor (bv na een visite)) (Derps)
  33. nô gommun doddoo kindjes doen (=nu gaan wij slapen (= tegen kleine kinderen) ) (Sint-Niklaas)
  34. no ik gaat stomen oor (=Ik ga weer (naar huis)) (Derps)
  35. nô ist on ô (=nu is het uw beurt) (Sint-Niklaas)
  36. no je kovent (=naar bed) (Veurns)
  37. no nie auwf (=helemaal niet) (Kaprijks)
  38. nô stommen (zimmen) effen (=nu ben ik je niets meer schuldig, alles is betaald) (Sint-Niklaas)
  39. no t'hoiske goe, noo de koeur goo (=naar het toilet gaan) (Overijses)
  40. no te groene an oy pompoene (=nog niet volwassen) (Waregems)
  41. no veel vuvven en zessen (=Na heel wat over en weer gepraat) (Kortrijks)
  42. no verremetjes zien (=naar ver weg vertrokken zijn) (Veurns)
  43. no way, gien dinken an, over in eut (=beslist niet) (Urkers)
  44. Nô wôô gô je? Nô verre metjes. (=Waar ga je naartoe? Gaat je niks aan.) (Nieuwpoorts)
  45. no wor eddet (=waar ge je heen) (Antwerps)
  46. no Zjuul (=naar het toilet) (Brugs)
  47. nor de jul moet'n, no t'esken moet'n, (=naar het toilet moeten) (Ninoofs)
  48. oe stodde dor nô (=hoe staat gij daar nu) (Sint-Niklaas)
  49. of dadde no sprikt of schit, 't is allemôl 't zaalfde (=het haalt niets uit) (Sint-Niklaas)
  50. Óp de wenkbrauwe nò hoês (=beschonken zijn) (Horster)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen