Spreekwoorden met `nie`

Zoek


393 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `nie`

  1. de haring braadt hier niet (=het gaat niet zoals het zou moeten)
  2. de huid van de beer niet verkopen voor hij geschoten is (=je moet niet al willen genieten van wat men nog niet verworven heeft)
  3. de kaas niet van het brood laten eten (=de voordelen niet zomaar laten afpakken)
  4. de kap maakt de monnik niet (=aan het uiterlijke kan men het innerlijke niet beoordelen)
  5. de kleintjes vallen niet groot (=wordt gezegd als eerder kleine vruchten verkocht worden)
  6. de klok hebben horen luiden maar niet weten waar de klepel hangt (=ergens over gehoord hebben, zonder er echt iets van af te weten)
  7. de klok luiden maar niet schaften (=wel beloven maar niet doen)
  8. de koekoek en de sijs hebben niet dezelfde wijs. (=iedereen is anders)
  9. de liefde kan niet van één kant komen (=als je samen iets doet zal ieder moeten bijdragen)
  10. de man wel, maar het paard niet (=niet helemaal eerlijk zijn)
  11. de mens zal bij brood alleen niet leven. (=een mens heeft niet alleen lichamelijke maar ook geestelijke behoeftes.)
  12. de nieren proeven (=onderzoeken of iets echt waar is)
  13. de nieuwe mens aandoen (=zijn gewoonten en zeden verbeteren)
  14. de paarden die de haver verdienen krijgen ze niet (=zij die het goede werk verrichten, krijgen niet altijd de beloning)
  15. de paarden die de haver verdienen, krijgen ze niet. (=verdienste blijft vaak onbeloond)
  16. de peer is nog niet rijp (=de zaak is nog niet in orde)
  17. de reis is nog niet ten einde als men kerk en toren herkent (=geef niet op voor het doel geheel is bereikt)
  18. de rokende vlaswiek niet uitblussen (=de ijverigheid niet doven)
  19. de rook kan het hangerijzer niet deren (=het heeft geen zin te proberen iets dat vast staat te veranderen)
  20. de vis is de boet niet weerd (=het sop is de kool niet waard)
  21. de vlag dekt de lading niet (=iets onder een goede naam verkopen zonder dat het ook die kwaliteit heeft)
  22. de voorsten doen wat de achtersten niet mogen (=wie eerst komt is in het voordeel)
  23. de vrucht der ervaring rijpt niet aan jonge takken (=de verstandigste opmerkingen komen van oudere mensen)
  24. de wereld is een pijp kaneel ieder likt eraan maar krijgt niet veel (=ieder krijgt een klein deeltje van wat de wereld te bieden heeft)
  25. de wind niet door de hekken laten waaien (=elke gelegenheid te baat nemen)
  26. de wolf/vos ruilt wel van baard maar niet van aard (=het karakter van de mensen verandert nooit)
  27. de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
  28. die geboren is om te hangen, zal niet verdrinken. (=je kunt je lot niet ontlopen.)
  29. die haalt de nieuwe aardappelen niet (=iemand die gauw zal gaan sterven)
  30. die haring braadt niet (=dat (meestal geniepige) plannetje schijnt niet te lukken)
  31. die in het voorjaar niet zaait, in het najaar niet maait. (=als je jong bent moet je sparen voor je eigen oude dag)
  32. die is niet voor de poes (=die moet als tegenstander niet onderschat worden)
  33. die niets ontbreekt is rijk. (=wie tevreden is heeft geen geld nodig)
  34. die snaar moet men niet aanroeren (=daarover moet niet gesproken worden)
  35. die vlieger gaat niet op (=die gedachte gaat niet lukken)
  36. dode honden bijten niet (al zien ze lelijk) (=van doden is geen gevaar te duchten)
  37. doe wel en zie niet om. (=toon vriendelijkheid of behulpzaamheid zonder iets in ruil te verwachten)
  38. doe wel naar mijn woorden, maar ziet niet naar mijn daden (=ik geef raad waar je je het beste aan kan houden, maar ik doe het zelf niet)
  39. dominee brand je bekje niet (=pas op! Het eten of de drank is heet!)
  40. door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
  41. door de knieën gaan (=ergens met tegenzin mee akkoord gaan)
  42. eb en vloed wachten op niemand (=de tijd gaat gewoon door)
  43. een boer met kiespijn lacht niet (=mensen met pijn kunnen moeilijker ontspannen)
  44. een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=als men een geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
  45. een goed pad krom loopt niet om. (=je kunt beter geen onnodige veranderingen aanbrengen)
  46. een ketting is niet sterker dan de zwakste schakel (=het geheel is maar zo sterk als het zwakste onderdeel)
  47. een kleine aardappel moet je niet schillen (=aan mensen die weinig geld hebben, moet je niet veel geld vragen)
  48. eén kwade dag maakt de winter niet. (=als iets verkeerd gaat, hoeft nog niet alles verkeerd te gaan.)
  49. een nieuwe bron aanboren (=een nieuwe manier vinden om iets te krijgen)
  50. een nieuwe lap op een oud kleed (=een zinloze toevoeging)

1061 betekenissen bevatten `nie`

  1. van uitstel komt afstel (=als je iets niet meteen doet, loop je het risico dat het nooit meer gebeurt)
  2. uitstel is geen afstel (=als je iets uitstelt wil dat nog niet zeggen dat je het nooit meer gaat doen)
  3. wee de wolf die in een kwaad gerucht staat (=als je je goede naam verliest is die haast niet terug te winnen)
  4. waar geen aardappelen gepoot worden, zullen er ook geen groeien (=als je niet een goed begin voor iets legt, zal er ook niets van worden)
  5. geen bericht is goed bericht (=als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt)
  6. gissen doet missen (=als je niet zeker bent van je zaak maar gokt, gaat het meestal fout)
  7. een geplaveide weg is des duivels oorkussen (=als je niets doet en lui bent, doe je ook niks goeds / mensen die zich vervelen omdat ze niets te doen hebben, kunnen tot de slechts dingen komen daardoor)
  8. handen in de schoot geeft geen brood. (=als je niets doet verdien je ook niets)
  9. geen spreker die een zwijger verbetert. (=als je niets zegt zeg je niets verkeerds)
  10. goed voorgaan doet goed volgen (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
  11. goed voorbeeld doet goed volgen (=als je zelf op de goede manier handelt, nemen anderen dat vanzelf over)
  12. wie geeft wat hij heeft, is waard dat hij leeft (=als je zoveel geeft zoveel je kunt, dan kan niemand je iets verwijten)
  13. oude liefde roest niet (=als men al lang verliefd is, verdwijnt die liefde niet meer)
  14. een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. (=als men een geschenk krijgt, dan moet men niet zoeken of er hier of daar wat aan mankeert.)
  15. men moet de schapen scheren maar niet villen (=als men uit hebberigheid de inkomstenbron opoffert heeft men niets meer voor in de toekomst)
  16. oude paarden jaagt men aan de dijk (=als men zijn taak niet goed meer aankan, wordt men ontslagen)
  17. haar wil is wet (=als wat zij wil niet gebeurt, dan ontstaan er grote conflicten)
  18. strijk en zet (=altijd weer opnieuw)
  19. armoe met eren kan niemand deren. (=arm zijn is niet erg als je maar eerlijk bent)
  20. armoede zoekt list. (=armoede dwingt om op zoek te gaan naar alternatieve manieren om rond te komen)
  21. keur baart angst. (=bang zijn om niet de goede keuze te maken door een teveel aan opties)
  22. begaan zijn met (=bedroefd zijn omdat het met iemand niet goed gaat, meeleven met)
  23. breek me de bek niet open (=begin daar maar niet over, want daar kan ik heel veel negatieve dingen over vertellen)
  24. terug naar af (=begin maar weer opnieuw)
  25. geef het veulen geen haver en het kind geen brandewijn. (=behandel kinderen niet als grote mensen)
  26. iets aan de kaak stellen (=bekend maken wat niet in orde is)
  27. elk heeft genoeg in eigen tuin te wieden. (=bekritiseer geen anderen als je zelf niet perfect bent)
  28. geen mens is zijn eigen maker. (=beoordeel iemand niet om hun uiterlijk.)
  29. ik wil hogerop, zei de jongen en hij kwam aan de galg. (=bereik je doel op een eerlijke manier)
  30. onder dak zijn (=bescherming genieten - behoren bij)
  31. beter een half ei dan een lege dop (=beter iets dan helemaal niets)
  32. beter een blind paard dan een leeg halster. (=beter iets dan niets)
  33. beter onbegonnen dan ongeeindigd (=beter niet beginnen als men het niet kan afwerken)
  34. geen slapende honden wakker maken (=beter niet over een bepaald onderwerp beginnen / aan mensen die ergens niets van weten en het er wellicht niet mee eens zijn, niets erover vertellen)
  35. buurmans gras is altijd groener (=bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent))
  36. het is kwaad kammen daar geen haar is. (=bij arme mensen valt niets te halen)
  37. je kan geen kei het vel afstropen (=bij de arme valt niets te rapen)
  38. je kan geen kaalkop bij het haar vatten (=bij de arme valt niets te rapen)
  39. op je laatste benen lopen (=bijna niet meer kunnen van vermoeidheid)
  40. op de been blijven (=blijven staan; niet ziek worden; niet verslagen worden)
  41. dat gaat mijn pet te boven (=daar begrijp ik niets van)
  42. daar is kop noch staart aan te vinden (=daar geraak je niet uit wijs)
  43. daar geeft de lommerd geen geld op (=daar heb ik niets aan - dat geloof ik niet)
  44. dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
  45. dat vlas is niet te spinnen (=daar is niets mee te beginnen)
  46. daar zitten graten in (=daar klopt iets niet)
  47. dat is algabra voor hem. (=daar snapt hij niets van.)
  48. dat zal mij een zorg wezen (=daar trek ik me niets van aan)
  49. achter de schermen (=daar waar men het niet ziet)
  50. die snaar moet men niet aanroeren (=daarover moet niet gesproken worden)

50 dialectgezegden bevatten `nie`

  1. 't besant nie (=het geeft niet) (Ouwegems)
  2. 't è nie moollek (=Dat heb je meteen in de gaten / Dat is makkelijk) (Gents)
  3. 't ê nie zuste (=het gaat niet goed) (Kortrijks)
  4. 't en affeseert hier nie (=het schiet hier niet op) (Waregems)
  5. 't en es nie nur oes goeste / me zin d'r wel mee (=dat zint ons niet (ontgoocheld) ) (Waregems)
  6. 't en messant nie (=Het geeft niet) (Hansbeeks)
  7. 't es gieën'n avans, t'es niet(s) genadderd, 't bring nie op (=het helpt niks, het haalt niets uit) (Wichels)
  8. 't es ie nie ve ne gouë lowie zè (=het is niet zó belangrijk) (Ninoofs)
  9. 't es mèene meug nie (=ik lust het niet) (Wichels)
  10. 't es nie on allemaun gegev'n (=niet iedereen kan dat) (Meers)
  11. 't ès nie umdat zë pieëd daud lik èn de garaasj, daste de poeët moes loeëte oeëpe stoeën (=je gulp staat open) (Munsterbilzen - Minsters)
  12. 't es nie veel apoeërt (='t is niet veel zaaks) (Meers)
  13. 't Es nie vier de wens, maer vier de cens. (='t is niet voor de wensen, maar voor de centen.) (Genker)
  14. 't es stillekes woar dant nooit nie waeit (=Er kan al eens ruzie zijn) (Wetters)
  15. 't es tjij nie (=Hij is het niet) (Hansbeeks)
  16. 't foetert nie (=het gaat niet goed) (Veurns)
  17. 't Gae nie mi d'n staende waegen (=Het hoeft niet zo vlug, je kunt er de tijd voor nemen) (Zeeuws)
  18. 't geefd ip / 't geef nie ip (=het is bemoedigend / niet bemoedigend) (Waregems)
  19. 't geld groeit nie op me rik (=ik verdien ze niet zo gemakkelijk, mijn centjes) (Veurns)
  20. 't gif nie, da gif nie (=het is niet erg) (Sint-Niklaas)
  21. 't go dor nie goe (=’t gaut dau nie goed (er is daar ruzie, bijvoorbeeld in een gezin, een bedrijf) (Meers)
  22. 't Goa a nie an (=Het zijn uw zaken niet) (Zelzaats)
  23. 't is an Sisen nie bestid (=dat is niets voor Fransis) (Veurns)
  24. 't is d'handave die nie deugt (=onhandig iemand) (Veurns)
  25. 't is etwod die gapt en nie e biet (='t is weer niets waard) (Veurns)
  26. 't is geen avangs, 't is nie genodderd (=het baat niet) (Sint-Niklaas)
  27. 't is na nie te moment (=het past nu niet) (Kaprijks)
  28. 't Is nie an te verlêêsten (=het is niet bij te houden.) (Zeeuws)
  29. 't is nie ol evangelie dat de paster prikt (=je moet niet alles geloven dat ze zeggen) (Veurns)
  30. 't is nie ol gin goed dat blienkt, en slicht da stienkt! (=niet alles wat blinkt is goud, en niet alles wat stinkt is slecht.) (Veurns)
  31. 't is nie van zijn geweunte (=hij heeft het niet opzettelijk gedaan) (Kaprijks)
  32. 't is nie veul soeps (=weinig inhoud) (Astens)
  33. 't is nie vor echt, 't is uut leutns (=het is niet gemeend, 't is voor de lol) (Veurns)
  34. 't is stille waar dat nie woit (=er wordt overal wel eens ruzie gemaakt) (Kaprijks)
  35. 't is van 'k wil'n en kun nie (=het is vol gebreken) (Nieuwpoorts)
  36. 't is verre van a gat, ge moet-er nie op zidn (=wanneer iemand hoofdpijn heeft) (Kaprijks)
  37. 't is weinig as 't nie 'edeild kan worre en veul as 't nie op kan (=je kunt alles delen, maar kunt ook alles wel op maken) (Nijkerks)
  38. 't is zijnen auver nie weirt (=het rendeert niet, het kost meer dan het opbrengt, het is zijn haver niet waard) (Lokers)
  39. 't ka nie missen dant hier.... (=daarom, dat is de reden dat het hier....) (Sint-Niklaas)
  40. 't kan me nie schille (=ik geef er niet om) (Nijlens)
  41. 't kan nie op! (=de bomen groeien tot in de hemel) (Munsterbilzen - Minsters)
  42. 't keu mê nie bomm (=het interesseert mij niet) (Kaprijks)
  43. 't kom nie door z'un melkgebitje (=Een oud iemand die is overleden) (Westlands)
  44. 't kom nie ip e tette van ne mierebuk (=het steekt niet zo nauw) (West-Vlaams)
  45. 't kom nie op ne juinepel (=het komt niet zo nauw) (Graauws)
  46. 't kómt nie zö spits (=niet secuur hoeven) (Genneps)
  47. 't kump nie zoe na (=het hoeft niet perfect te zijn) (Munsterbilzen - Minsters)
  48. 't lacht en tsie nie (=iemand die om het minste lacht) (Sint-Niklaas)
  49. 't laeven ès waajne piemel, heil hél mér nauts nie lank genoeg (=niemand is vlug content met zichzelf) (Munsterbilzen - Minsters)
  50. 't mesan't nië (=het geeft niets) (West-vlaams)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen