Spreekwoorden met `ien`

Zoek


276 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ien`

  1. de scepter zwaaien (=baas zijn)
  2. de soep wordt nooit zo heet gegeten, als zij wordt opgediend (=er worden meestal minder zware maatregelen toegepast dan was aangekondigd)
  3. de tanden laten zien (=zich heel erg fel verdedigen)
  4. de troffel in de kalkbak gooien (=zijn beroep opgeven en van zijn rente gaan leven)
  5. de wereld op zijn duim kunnen draaien (=alles doen wat iemand wil)
  6. de wind niet door de hekken laten waaien (=elke gelegenheid te baat nemen)
  7. de zon in het water kunnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
  8. de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
  9. dertien ogen gooien (=onmogelijk veel geluk hebben)
  10. distels maaien is distels zaaien (=`maar distels laten staan, is distels laten vergaan`)
  11. dode honden bijten niet (al zien ze lelijk) (=van doden is geen gevaar te duchten)
  12. donderbuien zuiveren de lucht. (=een ruzie kan een hangende situatie oplossen)
  13. dood en verderf zaaien (=grote schade of vernietiging veroorzaken.)
  14. door de bomen het bos niet meer zien (=door alle details het overzicht verliezen)
  15. door de bril van een ander zien (=de mening van een ander blind vertrouwen)
  16. door een eiken plank kunnen zien als er een gat in zit (=niet zo bijzonder zijn als je je voordoet)
  17. draaien als een molen (=altijd meegaan met de heersende mening - naar de mond van de toehoorder praten)
  18. een bliek (spiering) uitgooien om een snoek te vangen (=met zo min mogelijk kosten proberen maximale winst te behalen)
  19. een druppel op een gloeiende plaat (=een zeer kleine bijdrage aan iets groters)
  20. een goede buur is beter dan een verre vriend (=een goede buur kan je beter helpen dan een verre vriend)
  21. een haaienmaag hebben (=alles kunnen verorberen)
  22. een knuppel in het hoenderhok gooien (=opschudding veroorzaken)
  23. een knuppel in het honderd gooien (=kritiek geven zonder namen te noemen)
  24. een loer draaien (=een poets bakken)
  25. een stoel in de hemel verdienen (=je door een goed werk onderscheiden)
  26. een tien met een griffel en een zoen van de juffrouw (=in de volksmond: De beste beloning voor een 19e eeuws schoolkind)
  27. een visje uitgooien (=proberen of ergens belangstelling voor bestaat)
  28. een vriendelijk gezicht brengt overal licht (=een vrolijk persoon weet vaak meer te bereiken dan een nors persoon)
  29. een vrouwenhaar trekt sterker dan tien paarden. (=de invloed van een vrouw is zeer sterk)
  30. effen rekening maakt goede vrienden (=of anders: schulden maken vijanden)
  31. er als een berg tegen opzien (=iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid)
  32. er dienen geen twee masten op een schip (=er kan er maar één het bevel voeren)
  33. er een balletje over opgooien (=er voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden)
  34. er een eind/punt aan breien (=snel tot een afsluiting komen (bijvoorbeeld van een toespraak))
  35. er geen been in zien (=geen bezwaar onderkennen. Er niet voor terugschrikken)
  36. er geen brood in zien (=niet denken dat iets kan werken)
  37. er geen gat in zien (=er geen oplossing meer voor zien)
  38. er geen gras over laten groeien (=onmiddellijk profiteren, uitvoeren)
  39. er geen heil in zien (=er geen voordeel in zien)
  40. er gloeiend bij zijn (=op heterdaad betrapt zijn)
  41. er met de pet naar gooien (=een taak bijzonder slordig uitvoeren)
  42. er uitzien als de dood van Ieper (=er slecht uitzien)
  43. er uitzien als een parnas (=er goed uitzien)
  44. er uitzien als melk en bloed (=er gezond uitzien)
  45. er voor opdraaien (=het werk van een ander doen)
  46. er zal geen haan naar kraaien (=dat zal niemand te weten komen)
  47. erbij staan of men geen tien kan tellen (=er onnozel bijstaan)
  48. ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
  49. eruit zien als de dood van ieperen (=er bijzonder slecht uitzien)
  50. eruit zien of men een paal ingeslikt heeft (=er erg stijf, harkerig uitzien)

213 betekenissen bevatten `ien`

  1. te koop lopen/staan (=er bespottelijk uitzien)
  2. eruit zien als de dood van ieperen (=er bijzonder slecht uitzien)
  3. er oog voor hebben (=er de waarde van inzien of aandacht voor hebben)
  4. balen als een stier (=er een gloeiende hekel aan hebben)
  5. eruit zien of men een paal ingeslikt heeft (=er erg stijf, harkerig uitzien)
  6. een hard hoofd in iets hebben (=er geen oplossing in zien)
  7. er geen gat in zien (=er geen oplossing meer voor zien)
  8. er geen heil in zien (=er geen voordeel in zien)
  9. er uitzien als melk en bloed (=er gezond uitzien)
  10. er uitzien als een parnas (=er goed uitzien)
  11. gezien mogen worden (=er goed uitzien)
  12. er het mes inzetten (=er grondig op ingrijpen, in de uitgaven besnoeien)
  13. het is als met de koeien van de Farao. (=er is geen goed aan te doen (De koeien van de Farao bleven mager))
  14. de room is er af. (=er is weinig meer aan te verdienen)
  15. eruit zien om door een ringetje te halen (=er keurig uitzien)
  16. geen plaatje maken (=er niet geweldig uitzien)
  17. ergens gezien zijn als een rotte kool bij een groenvrouw (=er niet graag gezien zijn)
  18. aardappelbloed hebben (=er ongezond uitzien)
  19. er uitzien als de dood van Ieper (=er slecht uitzien)
  20. ergens met lood in de schoenen naar toe gaan (=er verschrikkelijk tegen opzien)
  21. een zwaar hoofd in iets hebben (=er weinig kans in zien)
  22. er oren naar hebben (=er wel iets in zien)
  23. beminnen als het licht van zijn ogen (=erg graag zien)
  24. er een plasje overheen doen (=ergens een kleine wijziging in aan (laten) brengen, dat wel duidelijk laat zien dat de afzender iemand van belang is)
  25. geld uit iets slaan (=ergens geld aan verdienen)
  26. ergens kind aan huis zijn (=ergens graag en vaak gezien zijn)
  27. ergens een potje kunnen breken (=ergens graag gezien zijn)
  28. niet op mijn weg liggen (=ergens niets mee te maken hebben of niet mee willen bemoeien)
  29. met tak en wortel uitroeien (=geheel uitroeien)
  30. gelijke monniken gelijke kappen (=gelijke mensen verdienen/krijgen een gelijke behandeling)
  31. praten als Brugman (=gemakkelijk mensen kunnen overtuigen en vlot en boeiend kunnen vertellen)
  32. in goede dorpen zijn/geraken (=genoeg verdiend hebben om niet meer te hoeven werken)
  33. arbeid is voor de dommen. (=gezegd als je liever op twijfelachtige wijze geld verdient dan op een eerlijk manier)
  34. een nieuwe voordeur krijgen (=gezegd bij het bereiken van een tiende levensjaar, dus 10, 20, 30 etc.)
  35. Hollands welvaren (=gezegd van een zeer gezond uitziend persoon)
  36. aardewerk is geen paardenwerk. (=graven of in aarde werken is een vermoeiende bezigheid)
  37. met de ogen verslinden (=heel erg graag zien)
  38. het zout in de pap verdienen (=heel weinig verdienen)
  39. parels/paarlen voor de zwijnen werpen (=het goede verspillen aan hen die het niet verdienen/waarderen)
  40. de bijl aan de wortel leggen (=het kwaad in de oorsprong trachten uit te roeien)
  41. onkruid vergaat niet (=het slechte is moeilijk uit te roeien)
  42. de kap aan de haag hangen (=het voor gezien houden)
  43. de kroon op het werk zetten (=het werk prachtig voltooien)
  44. boontje komt om zijn loontje (=hij krijgt wat hij verdient, de gevolgen zal iemand altijd wel een keer moeten gaan dragen)
  45. het is goed aan hem besteed (=hij verdient het, hij zal er op de goede manier mee omgaan)
  46. haring of kuit ergens van willen hebben (=hij wil iets zeker weten of uitgezocht zien)
  47. wat doe je voor de kost? (=hoe verdien je je geld?)
  48. ter wereld is er geen dodelijker venijn, dan vriend te schijnen en vijand te zijn (=hoed je voor onoprechte vrienden)
  49. wie eten wil moet de kok niet beledigen. (=hou je meerdere te vriend.)
  50. iemand de ijzers aanleggen (=iemand boeien of onder grote druk zetten)

50 dialectgezegden bevatten `ien`

  1. alles ien ' t honnerd joag' n (=alles in de war sturen) (Westerkwartiers)
  2. alles laag doar ien 't honnerd (=het was daar één grote puinhoop) (Westerkwartiers)
  3. Alles op zienen tied en boekende koe.k ien d' n herfst (=alles op zijn tijd) (Genneps)
  4. alles was doar ien rep en roer (=het was daar erg onrustig) (Westerkwartiers)
  5. An iën zeel sleur'n (=Aan één lijn trekken, samenwerken) (Evergems)
  6. Antw: Poepe ien de schoe.n (=Wat ben je aan het doen?) (Genneps)
  7. as 'n blinde 'n blinde leidt vaal'n ze beid'nt ien 'e sloot (=als een leek anderen uitleg moet geven) (Westerkwartiers)
  8. As ge wilt drieve dan gôt mar ien de Maos ligge (=Ik laat me niet opjutten) (Genneps)
  9. As hij ien de Maos springt, springde gij der zeker ok ien? (=naäpen leidt tot niks) (Genneps)
  10. as ik lieg, dan lieg ik ien commizzie (=ik heb het van horen zeggen) (Westerkwartiers)
  11. as't reegn't ien september, dan vaalt kerstfeest ien december (=als het regent in september, dan valt kerstmis in december) (Westerkwartiers)
  12. beder 'n luus ien de paan dan hiel'ndaal gien vlees (=wees tevreden met wat je hebt) (Westerkwartiers)
  13. beder stuut ien de puut dan een pluum op de hoed (=beter het geld uitgeven aan eten dan aan mooie kleding) (Westerkwartiers)
  14. Beter ien keer poin as allemaar jeuk (=Door de zure appel heenbijten) (Westfries)
  15. bij één ien 't voarwodder zitt'n (=iemand voor de voeten lopen) (Westerkwartiers)
  16. bis't oareg ien 'e ruu (=je bent behoorlijk in de rui) (Westerkwartiers)
  17. bist ien de kerk geboor'n (=als iemand de deur laat openstaan :) (Westerkwartiers)
  18. bloaz'n en 't meel ien de mond holl'n (=zuinigerd die opschept) (Westerkwartiers)
  19. Buurmans goed is maar íén keer te koop. (=Nu of nooit!) (zaans)
  20. d´r zit doar gien leev´m ien ´e brou- werij (=het is dood katoen daar) (Westerkwartiers)
  21. d'r es miër dan iën koe die Bloar iët (=er is meer dan één hondje dat Fikkie heet) (Wichels)
  22. d'r goan veul makke schoap'm ien 'n hok (=met een beetje inschikken krijgt iedereen een plekje) (Westerkwartiers)
  23. d'r verzuup'm meer ien 't glaas dan ien 'e zee (=van teveel drank komt niet veel goeds) (Westerkwartiers)
  24. d'r zit wat ien wat de kat niet lust (=het eten is nog gloeiend heet) (Westerkwartiers)
  25. d'r zitt'n gien buuz'n ien je leste hemd (=een dode kan niets meenemen) (Westerkwartiers)
  26. d' r kwam ' n kink ien ' e koabel (=er was tegenslag op de planning) (Westerkwartiers)
  27. da's 'em een doorn ien 't oog (=dat zit hem behoorlijk dwars) (Westerkwartiers)
  28. da's 'n man ien bonus (=die man is stinkend rijk) (Westerkwartiers)
  29. da's 'n vremde eend ien 'e sloot (=die past helemaal niet bij de groep) (Westerkwartiers)
  30. da's gezwam ien 'e ruumte (=dat is praten als een kip zonder kop) (Westerkwartiers)
  31. da's gezwets ien 'e ruumte (=dat is gezwam in de ruimte) (Westerkwartiers)
  32. da's ien 't roare (=dat is wel heel erg) (Westerkwartiers)
  33. da's kloar ien 'n handomdraai (=dat is in een mum gepiept) (Westerkwartiers)
  34. da's niet heulemoal ien 'e hoak (=dat klopt niet helemaal) (Westerkwartiers)
  35. da's niet ien 'e hoak (=dat is niet in orde) (Westerkwartiers)
  36. da' s moar ' n beedje ien ' n anner flanst (=dat zit niet goed inelkaar) (Westerkwartiers)
  37. dan is Leiden ien last (=dan zijn de rapen gaar!) (Westerkwartiers)
  38. das ien van de sinkse foeir (=een vrouw met gezichts haar begroeiing) (Buggenhouts)
  39. Dat gèt ien ennen haolen ta.nd (=Een beetje eten) (Genneps)
  40. dat gijt 'em niet ien 'e kolle kleer'n zitt'n (=daarvan krijgt hij nog wel last) (Westerkwartiers)
  41. dat gijt d'r ien as 'n preek ien 'n ollerling (=dat gaat er in als koek) (Westerkwartiers)
  42. dat gijt de doofpot ien (=daar praten we niet meer over) (Westerkwartiers)
  43. dat gijt deur tot ien lengte van doag'n (=dat gaat zo nog een hele tijd door) (Westerkwartiers)
  44. dat gijt je niet ien de kolle kleer'n zitt'n (=dat maakt diepe indruk) (Westerkwartiers)
  45. dat gijt oareg ien de papier'n loop'n (=dat wordt een duur grapje) (Westerkwartiers)
  46. dat ging d'r ien as gesneed'n stuut (=dat werd met smaak gegeten) (Westerkwartiers)
  47. dat glimt as 'n honnekeudel ien 'e moaneschien (=dat glanst prachtig!!) (Westerkwartiers)
  48. dat glimt as 'n honnekeudel ien de moaneschien (=dat schittert prachtig) (Westerkwartiers)
  49. dat goar' n zit ien ' t tuus (=dat garen zit in de knoop) (Westerkwartiers)
  50. dat haar d'r niet ien 'e peiling (=dat had hij niet in de gaten) (Westerkwartiers)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen