Spreekwoorden met `ade`

Zoek


64 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `ade`

  1. platgetreden paden/wegen (=dingen die anderen al eerder gedaan hebben)
  2. stevig in het zadel zitten (=machtig zijn, een belangrijke positie hebben)
  3. te kwader trouw (=onbetrouwbaar, oneerlijk handelend)
  4. uit het zadel lichten (=zijn rang of stand of betrekking doen verliezen)
  5. uit het zadel wippen. (=ontslaan of uit een functie zetten)
  6. van twee kwaden de beste kiezen (=uit twee onaangename dingen de minst slechtste kiezen)
  7. vast in het zadel zitten (=zeker van iemands positie zijn in een organisatie)
  8. vijgenbladen zoeken (=nietige uitvluchten zoeken)
  9. voor het vaderland wegnemen (=zomaar wegnemen)
  10. wanneer de boeren niet meer klagen, nadert het einde der dagen (=boeren klagen altijd)
  11. weer in het zadel helpen (=helpen om weer door te kunnen gaan)
  12. wie naar zijn moeder en vader niet hoort moet het kalfsvel volgen (=wie niet naar zijn ouders luistert, moet soldaat worden)
  13. woorden zijn dwergen, daden zijn bergen (=woorden doen weinig, daden maken het verschil)
  14. zo vader, zo zoon (of: Zo moeder, zo dochter) (=kinderen erven de eigenschappen van hun ouders)

77 betekenissen bevatten `ade`

  1. lachende monden, bijtende honden. (=mensen die vriendelijk of aardig lijken, kunnen in werkelijkheid kwade bedoelingen hebben)
  2. onder de loupe nemen (=nader bekijken, aandachtig bestuderen)
  3. niet verder zien/kijken dan je neus lang is (=niet goed nadenken wat de gevolgen van iets zijn)
  4. verstand op nul zetten (=niet nadenken en gewoon handelen.)
  5. ledigheid is des duivels oorkussen (=niets te doen hebben leidt tot misdaden)
  6. een stok vinden om de hond te slaan (=om maar iemand te kunnen bekritiseren een nadelig punt vinden)
  7. op de hals schuiven (=opzadelen met)
  8. iemand naar de ogen zien (=proberen iemands` wensen te raden)
  9. er een slag naar slaan (=raden)
  10. wie zijn pap gemorst heeft kan niet alles weer oprapen (=schade kan nooit geheel worden goedgemaakt)
  11. met los kruit schieten (=schijnbaar streng straffen met een straf die in feite geen nadeel oplevert)
  12. aan de pan gelikt hebben (=slecht terechtkomen of veel schade hebben)
  13. een kaars voor de duivel branden (=slechte daden goedpraten omdat er je er voordeel uit kan halen)
  14. kort dag zijn (=snel (in tijd) naderen)
  15. op het gijpen liggen (=stervend of totaal buiten adem zijn)
  16. te veel vuur in een stoof doet ze branden (=te veel is schadelijk)
  17. overdaad schaadt (=te veel van iets is schadelijk)
  18. veel koks bederven/verzouten de brij (=te veel verschillende raad volgen kan schadelijk zijn)
  19. gaar zijn (=uitgeput zijn, met name na geestelijke inspanning, bijvoorbeeld een hele dag vergaderen)
  20. de een z`n dood is een ander z`n brood (=wat voor de één een nadeel is, daar profiteert een ander van)
  21. een Poolse landdag (=wilde, ongeregelde vergadering)
  22. woorden zijn dwergen, daden zijn bergen (=woorden doen weinig, daden maken het verschil)
  23. oog om oog en tand om tand (=wraak nemen voor onrecht dat je is aangedaan, door de dader precies hetzelfde aan te doen)
  24. de ene kraai pikt de andere de ogen niet uit (=ze benadelen elkaar niet)
  25. je vingers aan iets branden (=zich in iets vergissen, nadeel aan iets ondervinden)
  26. je eigen nest bevuilen (=zijn eigen omgeving nadeel berokkenen)
  27. binnen de perken blijven (=zodanig beperkt blijven dat het niet te veel overlast of schade veroorzaakt)




Bronnen

De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers. Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.

Zie ook:
  • vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
  • Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen