107 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `achte`
- het achter de ellebogen hebben (=achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien)
- het achter de oren hebben (=niet zo dom zijn als men lijkt)
- het achterste van je tong (niet) laten zien (=zich (niet) meteen laten kennen; (n)iets verbergen)
- het achterste voor (=omgekeerd)
- het ene ongeluk kan niet op het andere wachten. (=ongeluk komt zelden alleen)
- het gemeste kalf slachten (=een groot feest opzetten / het beste en lekkerste eten op tafel zetten)
- het heilig kruis achterna geven (=hopen dat iets of iemand nooit meer terugkomt)
- het hinkende paard komt achteraan (=de grootste problemen houdt men voor het laatst)
- het paard achter de wagen spannen (=iets nutteloos doen of verkeerd aanpakken)
- het zwoerd/zwoord achter de oren hebben (=doof zijn)
- iemand achter de bank schuiven (=iemand minachtend behandelen)
- iemand achter de broek/veren/vodden zitten (=iemand aansporen/opjagen / nauwlettend volgen)
- iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn)
- iemand wel achter het behang kunnen plakken (=iemand heel vervelend vinden, waardoor je het liefst even helemaal niets meer met hem of haar te maken zou willen hebben)
- iets achter de hand hebben (=iets ter beschikking hebben voor wanneer het nodig mocht zijn (bv nood))
- iets achter de kiezen steken (=iets eten)
- iets achter de knopen hebben (=iets is volbracht of voltooid)
- iets beneden zijn waardigheid achten (=iets niet willen doen omdat men vindt dat men een betere taak waard is)
- iets van de achterwacht vernemen (=iets vernemen na veel omwegen)
- in het achterschip geraken (=in zaken achteruit gaan)
- in zijn achterhoofd hebben (=als reserve klaar hebben)
- je achter de oren krabben (=door een onverwachte, zorgelijke ontwikkeling tot nadenken gestemd zijn)
- je moet geen goed geld achter slecht geld aangooien (=je moet geen geld besteden aan een zaak die niet meer in stand kan worden gehouden)
- kruisjes achter de rug hebben (=tientallen jaren oud zijn)
- liever van achteren zien dan van voren (=niet goed kunnen verdragen)
- met de zweep erachter zitten (=opjagen)
- met lege handen achterblijven (=niets meer hebben)
- niet op je achterhoofd gevallen zijn (=hij is behoorlijk slim; hij heeft iets wel in de gaten)
- nog nat(/ niet droog) achter de oren zijn (=nog uiterst onervaren zijn, zodat men er niet over mee kan praten)
- ogen in je achterhoofd hebben (=zeer alert en waakzaam zijn.)
- ogen van achteren en van voren hebben (=alles goed in de gaten houden)
- ongenode gasten zet men achter de deur (=wie niet welkom is, laat men niet binnen of laat men zo lang mogelijk wachten)
- op de achtergrond blijven (=niet in de schijnwerpers willen staan.)
- op de achterste benen/poten staan (=zeer verontwaardigd of boos zijn.)
- op je achterste zolder jagen (=beledigen, bang maken)
- op twee gedachten hinkelen/hinken (=moeilijk kunnen beslissen)
- oude paarden jaagt men achter de schans (=oudere werknemers worden soms aan de kant gezet)
- peper in je achterwerk hebben (=een hoog tempo hebben)
- stilstand is achteruitgang. (=stil blijven staan leidt tot relatieve achteruitgang ten opzichte van anderen die vooruitgang boeken)
- troeven achter de hand houden (=iets voordeligs achterhouden, informatie achterhouden)
- twaalf ambachten, dertien ongelukken (=wie telkens van beroep verandert, slaagt uiteindelijk nergens in)
- twee zielen, één gedachte (=twee mensen die op hetzelfde moment hetzelfde idee hebben)
- vaart achter iets zetten (=iets snel (doen) uitvoeren)
- van achter de koeien/ploeg komen (=van boerenafkomst zijn)
- van achteren kijkt men de koe in zijn gat (=achteraf is het makkelijk kritiek geven)
- van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn (=telkens ander werk doen maar er bij geen van allen iets terecht brengen)
- van voren niet weten dat je van achteren leeft (=erg dom zijn)
- van voren niet weten of men van achteren leeft (=erg dom zijn / erg ziek zijn)
- via de achterdeur (=indirect, onopgemerkt, stiekem)
- voor dood achterlaten (=in de steek laten zonder hoop op herstel.)
96 betekenissen bevatten `achte`
- je gram niet kunnen halen (=machteloos woedend zijn)
- vogels van diverse pluimage (=mensen met allerlei diverse achtergronden)
- op geen stukken na (halen) (=met grote achterstand iets niet halen)
- overstag gaan (=na aandringen/lang er mee wachten toegeven)
- de boot afhouden (=niet meedoen - afwachten)
- nog te bezien staan (=nog af te wachten zijn)
- de zaak nog eens aankijken (=nog even afwachten)
- voor de boeg hebben (=nog voor zich hebben, te wachten staan)
- op hete/gloeiende kolen zitten (=ongeduldig wachten / veel haast of spanning hebben)
- in een slechte huid (=ongezond - iets ongunstigs verwachtend)
- in een slecht vel steken (=ongezond zijn - iets ongunstigs te verwachten hebben)
- wachten tot je een ons weegt (=onmogelijk lang wachten)
- geen zo kleine sant of hij wil zijn kaars hebben (=ook de mindere machten moet men gunstig stemmen)
- de bui afwachten (=rustig afwachten wat voor onheil er komt)
- de oude Adam afleggen. (=slechte gewoonten of gedrag achterlaten om positieve veranderingen aan te brengen.)
- uit vuile lepels eten (=staat U te wachten als het slecht afloopt)
- stilstand is achteruitgang. (=stil blijven staan leidt tot relatieve achteruitgang ten opzichte van anderen die vooruitgang boeken)
- boven het hoofd hangen (=te wachten staan)
- piae memoriae (=ter zalige nagedachtenis)
- daar staan klompen (=tevergeefs wachten)
- op een klein pitje zetten (=tijdelijk laten wachten, slechts langzaam laten verdergaan)
- doe wel en zie niet om. (=toon vriendelijkheid of behulpzaamheid zonder iets in ruil te verwachten)
- het hoofd breken over iets (=trachten een antwoord te vinden op een moeilijke vraag)
- koffiedik kijken (=trachten het onbekende te kennen (de toekomst))
- je voelhorens uitsteken (=trachten te achterhalen)
- spijkers op laag water zoeken (=uitermate achterdochtig zijn, onprettige opmerkingen maken over onbelangrijke zaken)
- op verhaal komen (=uitrusten en op krachten komen)
- in zulk water vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
- in zulke vijvers vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
- met hoge heren is het kwaad kersen eten (=van de omgang met aanzienlijke personen moet men niet altijd voordeel verwachten)
- een bocht nemen (=van gedachten veranderen)
- alle waar is naar zijn geld (=van iets goedkoops mag je geen topkwaliteit verwachten)
- uit het jaar nul (=volkomen ouderwets, achterhaald, uit de mode)
- kijken hoe de hazen lopen (=voorzichtig te werk gaan, eerst afwachten hoe de verhoudingen blijken te liggen)
- aan dovemans deur kloppen (=vragen terwijl men geen gunstig antwoord hoeft te verwachten)
- een kronkel in je hersens hebben (=vreemde gedachtes hebben)
- rust roest (=wanneer je niets doet gaat je vermogen achteruit)
- weten waar men aan toe is (=weten wat men te verwachten heeft)
- die wel doet, wel ontmoet. (=wie anderen goed behandelt, kan zelf goede behandeling verwachten.)
- wie goed doet, goed ontmoet (=wie goede dingen doet voor andere mensen kan soms ook goede dingen terug verwachten)
- ongenode gasten zet men achter de deur (=wie niet welkom is, laat men niet binnen of laat men zo lang mogelijk wachten)
- wie een varken is moet in het schot (=wie voor het ongeluk geboren is, hoeft geen geluk te verwachten)
- zachte winters, vette kerkhoven (=zachte winters geven vaak aanleiding tot meer ziekten dan strenge winters)
- iemand de nek toekeren (=zich minachtend van iemand afwenden)
- los in de mond zijn (=zichzelf goed kunnen uitdrukken en gedachten kunnen verwoorden)
- je kaars aan twee kanten branden (=zijn krachten of mogelijkheden al te vroeg verspillen)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen