62 spreekwoorden en uitdrukkingen bevatten `water`
- als het water zakt, kraakt het ijs (=elke oorzaak heeft gevolgen)
- bang zijn zich aan koud water te branden (=erg voorzichtig zijn)
- blijf uit zijn kielwater of je raakt in zijn zog (=blijf uit zijn buurt, want je wordt er slechter van)
- boontjes uit water eten. (=een eenvoudige maaltijd.)
- boven water komen / boven water halen (=tevoorschijn komen / tevoorschijn halen, verschijnen, opduiken)
- boven water zijn (=alles is bekend geworden of is teruggevonden)
- boven zijn theewater (=dronken)
- dat is een paal onder water (=dat brengt meer nadeel dan voordeel)
- dat kan al het water van de zee niet afwassen (=daar is niets aan te doen - dat kan je niet wegpraten)
- dat staat als een paal boven water (=dat is een absolute zekerheid)
- dat wast al het water van de zee niet af (=iets is niet meer te veranderen/aan te passen)
- de kruik gaat zo lang te water tot ze barst/breekt (=als men steeds risico`s blijft nemen, gaat het een keer mis)
- de kruik gaat zolang te water tot zij barst (=alles heeft zijn beperkingen)
- de zee is altijd zonder water. (=hebberige mensen willen altijd meer)
- de zon in het water kunnen zien schijnen (=kunnen verdragen dat een ander ook iets krijgt)
- de zon niet in het water kunnen zien schijnen (=jaloers zijn, iets niet kunnen verdragen)
- een kring om de zon brengt water in de ton. (=een halo rond de zon voorspelt meestal regen)
- een lulletje rozenwater (=een weinig dynamisch persoon)
- geen water te diep zijn (=nergens bang voor zijn, alles durven)
- geld in het water gooien (=geld verspillen)
- geloof nooit iemand die in de ene hand water en de andere hand vuur draagt (=wees niet lichtgelovig, niet iedereen is het vertrouwen waard)
- het aan zijn water voelen (=het instinctief aanvoelen)
- het hoofd boven water houden (=financieel rondkomen, juist genoeg geld hebben om te kunnen leven)
- het is melk en water (=het is een futloze zaak)
- het is water en melk (=het is een futloze zaak)
- het kind met het badwater weggooien (=samen met het slechte ook het goede wegdoen)
- het warm water (her)uitvinden (=iets wat reeds lang bekend is, presenteren alsof het een originele innovatie is. (Niet verwarren met `het wiel opnieuw uitvinden`))
- het water is veel te diep (=hij durft het niet aan)
- het water komt aan/tot de lippen (=in groot gevaar, in hoge nood)
- het water komt op de dijk. (=de tranen komen op)
- het water loopt altijd naar de zee (=zij die al het meest hebben, krijgen ook het meeste)
- het water loopt hem in de mond (=hij heeft er heel veel trek in)
- hoe meer vis, hoe droever water (=als er meer mensen komen valt er minder te verdelen (erfenissen))
- iemand in zijn kielwater zeilen (=iemand op de hielen volgen)
- in het water vallen (=falen (een opzet, een voornemen, een plan), mislukken, niet doorgaan)
- in iemands vaarwater zitten (=iemand hinderen of concurreren)
- in troebel water is het goed vissen (=in tijden van onlust of oorlog kan men gemakkelijk voordelen halen)
- in troebel water vissen (=een profiteur zijn)
- in zulk water vangt men zulke vissen (=van dat slag volk mag men dat verwachten)
- je als een vis in het water voelen (=je helemaal op je plaats voelen)
- je kan een paard wel in het water trekken, maar niet dwingen dat het drinkt. (=je moet iemand niet dwingen, zelfs niet tot iets leuks)
- kijken of men water ziet branden (=heel erg verbaasd kijken)
- koffen en smakken zijn waterbakken (=dat soort dingen kan veel doorstaan)
- leven als een vis in het water (=totaal tevreden en onbekommerd leven)
- met een waterzeil thuiskomen (=doornat zijn)
- met het water voor de dokter komen (=zeggen wat je bedoelt)
- naar water snakken als een vis (=hevig verlangen naar iets)
- om kaneelwater lopen (=beuzelwerk doen - van het kastje naar de muur gestuurd worden)
- onder water zijn (=afwezig zijn)
- op elkaar lijken als twee druppels water (=precies op elkaar lijken)
3 betekenissen bevatten `water`
- een paling (snoek) gevangen hebben (=iemand die per ongeluk in het water is gevallen)
- een snoek vangen. (=in het water vallen)
- een goeie vis moet drie keer zwemmen (=in het water, in de boter of kookvocht en in de wijn)
50 dialectgezegden bevatten `water`
- 'Et regent ouwe waive mit bajonette. (=Het regent zo hard, dat het water opspat.) (Zaans)
- 'k hem water in mene kelder (=mijn broekspijpen zijn te kort) (Schunnebroecks)
- 't es za voeër gedrodj en geskeet'n (=hij lijkt op zijn vader als twee druppels water) (Ninoofs)
- 't es zè voier gescheiten en gespagen (=hij trekt als 2 druppels water op zijn vader) (Aalsters)
- 't es'tn gescheten en gespogen (=Hij lijkt er als twee druppels water op) (West-Vlaams)
- 't is 'em gespoogen en gescheten (=Hij lijkt als twee druppels water op...) (Melseels)
- 't is water en wijnd (=er zit geen voeding in) (Huizers)
- 't Reegent da' 't zikt:: het giet water (='t Regent dat 't zeikt) (Klemskerks)
- 't reigent aa muijers (=het giet water) (Geels)
- 't spoelt / klapt van water (=Heel hard regenen) (Westfries)
- 't woater in de moûr begint te zoûn (broebelen) (=het water in de ketel begint te koken) (Sint-Niklaas)
- 't wodder kwam toe de kroan uut (=het water kwam uit de kraan) (Westerkwartiers)
- 't woeët'r zojt (=het water kookt) (Meers)
- ' t geplets van de zwemmers int woater (=het geluid van de zwemmers in het water) (Sint-Niklaas)
- " vuul witter wast ok schoeane" (=smerig water gebruiker:) (Zeeuws)
- a eighet werm water uitgevonne (=iemand die niet erg snugger is) (Bornems)
- alle enties zwõmt int water (=alle eendjes zwemmen in het water) (Lutters)
- as ne boer nich kan zwemmen, ligt 't an 't water (=het ligt altijd aan iets anders) (Twents)
- As water brandt, brandt alles (=De overmacht is (te) groot) (Westfries)
- blisse mé waoter ôt de pitte van Rimst (=blussen met water uit de putten van Rumst) (Booms)
- Boem is ho en plons is water ! (=gewoon uitproberen, je ziet wel hoe het afloopt.) (Utrechts)
- d'r wordt veul ongegund brood eet'n (=de zon niet bij een ander in het water kunnen zien schijnen) (Westerkwartiers)
- da 's wiggesmeetn geld (=dat is geld in het water gooien) (Waregems)
- dae haet ’t water baove de kneen staon (=hij moet nodig plassen) (Heitsers)
- das draaj daoge raenger (=het regent blaasjes op het water) (Munsterbilzen - Minsters)
- dat staot as 'n paole boôm d'Ao (=dat staat als een paal boven water) (Steenwijks)
- de gees nog zinge as me geduld opgerok (=de kruik gaat zolang te water dat ze breekt) (Munsterbilzen - Minsters)
- de kèttël zauwt (=het water kookt) (Munsterbilzen - Minsters)
- de kons zelfs ne vès zoelang traetëre totter aut het watter sprink (=de kan gaat zoalng te water tot ze breekt) (Munsterbilzen - Minsters)
- de kruuk blift driev' m totdat ' er knapt (=de kruik gaat zolang te water tot ie barst) (Westerkwartiers)
- De zever loëpt nou al m’n móngd uit! (=Het water loopt me al in de mond!) (Huizers)
- de zon göt de raegen hale (=avondrood brengt water in de sloot) (Venrays)
- Die laat ok Viola / de viole maar zorrege (=Hij / zij laat Gods water over Gods akker lopen) (Zaans)
- doë kraajgste de troëne van èn zën ooge (=ik drink niet graag water) (Munsterbilzen - Minsters)
- Douchen (=Onder het gemalen water staan) (Marine jargon (veelal Maleis))
- Dur komt un stoèt woater vaan bovu (=Er komt bovenstrooms zeer veel water) (Brakels (gld))
- e sjcheet’ in è flesche zien (=een storm in een gas water zijn) (Veurns)
- ee heufke water (=1 / 2 L putwater) (Heerlens)
- Een fraue hef zolt water uut de kettel in 'n bäkkie of pöttie edaone. (=Een vrouw heeft zout water uit de ketel in een bakje of potje gedaan.) (Sallands)
- Een klets water door je gezicht halen (=Gezicht wassen) (Rotterdams)
- Een nat zeikie. (=water in je schoenen.) (Helders)
- een pan' ieët woadre opzedn (=water aan de kook brengen) (Kaprijks)
- een scheet in een fles (=een storm in een glas water) (Wichels)
- eine aezel kins se waal nao ’t water leie, mer neet doon drinke (=je kunt iemand op weg helpen, maar uiteindelijk zal diegene het zelf moeten doen) (Heitsers)
- elke speek vant wiel komt bove (=de waarheid komt wel boven water) (Oudenbosch)
- en scheit in en fles (=storm in een glas water) (Aalsters)
- Er sta water in zoune kelder (=Zijn broek is te kort) (Mechels (BE))
- es eine paol boeave water staon (=als een paal boven water staan) (Wessems)
- Es zwoaluuwu loag ovur en bovu ut woater vliegu, komt er règun (=Als zwaluwen laag over en boven het water vliegen, komt er regen) (Brakels (gld))
- ët raengert bliëskës (=het regent kleine luchtbellen op het water) (Munsterbilzen - Minsters)
Bronnen
De spreekwoorden en gezegden zijn afkomstig van Wikiquote, Wikipedia en onze gebruikers.
Op woorden.org is de uitleg ingekort en is herkomst van spreekwoorden en gezegden weggelaten.
Zie ook:
- vaartips.nl Ruim 300 woorden, zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- debinnenvaart.nl Nog eens honderden zegswijzen en uitdrukkingen met een maritieme achtergrond
- Het boek `De Latynsche spreekwyzen` uit 1755 met oud-Nederlandse vertalingen