uitslapen

werkw.
Uitspraak:  œytslapə(n)]
Vervoegingen:  sliep uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgeslapen (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

's morgens langer blijven slapen dan gewoonlijk
Voorbeeld:  `Op zondag en in de vakantie slaap ik altijd uit.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
luilakken

3 definities op Encyclo
  1. doorslapen tot je niet slaperig meer bent vb: we konden vandaag uitslapen tot 10 uur
  2. •`s Ochtends langer slapen dan normaal.
  3. 1) Laat opstaan 2) Lekker blijven liggen 3) Luilakken 4) Uitronken 5) Uitrozen
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `uitslapen` kennen.