uitslapen

werkw.
Uitspraak:  œytslapə(n)]
Vervoegingen:  sliep uit (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft uitgeslapen (volt.deelw.)

's morgens langer blijven slapen dan gewoonlijk
Voorbeeld:  `Op zondag en in de vakantie slaap ik altijd uit.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
luilakken

Taaladvies
Wat is juist: de matras of het matras? Zie De matras / het matras

3 definities op Encyclo
  • •`s Ochtends langer slapen dan normaal.
  • doorslapen tot je niet slaperig meer bent vb: we konden vandaag uitslapen tot 10 uur
  • 1) Laat opstaan 2) Lekker blijven liggen 3) Luilakken 4) Uitronken 5) Uitrozen
  • Toon uitgebreidere definities