tiek als dialectwoord
tijk (Lunters)   kever (Westerkwartiers)   tor (Gronings)   drankbuffet, toog (in café) (Heerlens)   toog (nijswillers)   buffet (Hulsbergs)  
Toon alle 9 dialectwoorden

Spreekwoorden en zegswijzen
• struisvogelpolitiek (=het negeren of ontkennen van een probleem in de hoop dat het vanzelf verdwijnt.)
• mastiek maken (=de dagelijkse schoonmaak verrichten)
Naar de spreekwoorden

2 definities op Encyclo
  • tor (toon de herkomst via de etymologiebank)
  • Via HUBERTINA een verkorte variant van HUBERTA Betekenis: Vrouwelijke vorm van een samengestelde Germaanse naam: 1 'huc-' of 'hug-' = 'geest', 'verstand', 'denkvermogen', 2 '-brecht' (of '-bert') = 'stralend', 'schitterend' (vgl. ons woord 'pracht' en het Engelse 'bright'). Dus: 'stralend door zijn/haar verst...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op tiek:
akoestiekannalistiekantiekapolitiekartistiekatletiekauthentiekballistiekboetiekcasuïstiekdialectiekdidactiekdiplomatiekdogmatiekelastiekerotiekfanatiekflegmatiekfonetiekgeopolitiek

Herkomst volgens etymologiebank.nl
tiek (tor)

Op andere websites
Zoek tiek in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek tiek op Google
Zoek tiek op Woordenlijst.org
Zoek tiek in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek tiek op Wikipedia