provoceren

werkw.
Uitspraak:  [provo'serə(n)]
Vervoegingen:  provoceerde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft geprovoceerd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

opzettelijk iets doen of zeggen omdat je een reactie wilt uitlokken
Voorbeelden:  `Een goede debater laat zich niet provoceren, hij provoceert zelf.`,
`Voor sommige vrouwelijke Kamerleden is het een sport om op Prinsjesdag een provocerend hoedje op te zetten.`
Synoniemen:  uitlokken, uitdagen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanleiding geven tot aanzetten tot instigeren ophitsen tarten uitdagen uitlokken

Intensiveringen
Uitdrukkingen die provoceren betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
de gordijnen injagen;

6 definities op Encyclo
  1. in hoger beroep gaan
  2. 1) Instigeren 2) Opeisen 3) Ophitsen 4) Opvorderen 5) Tarten 6) Uitdagen 7) Uitlokken 8) Uittarten
  3. [Nederlands] uitdagen, uitlokken
  4. Eng: provocation [strafrecht] het opzettelijk uitlokken van een strafbaar feit Art 47 WvSr en 46a WvSr - Zie ook deelnemingsvorm pro-actieve fase pogin…
  5. iets doen of zeggen om een reactie uit te lokken vb: je moet me niet zo provoceren! Synoniemen: uitdagen tarten
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
provoceren (uitdagen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `provoceren`.