• te veel pannen op het dak (=te veel die het kunnen horen) • op gespannen voet (zijn) (=moeilijk met elkaar omgaan, ruzie) • onder de pannen zijn (=de (geld)zaken goed voor elkaar hebben) • je moet de snaren niet te sterk spannen (=je moet niet al te streng zijn, niet al te veel eisen) • in het gareel spannen (=aan het werk zetten) Toon alle 13 spreekwoorden die pann bevatten
1 definitie op Encyclo
[Let op: Spelling en uitleg uit 1890] (Amerikaans Engels), pantaloons, lange broek; ook pants.