de pannenkoek

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [ˈpɑnə(n)kuk]
Verbuigingen:  pannenkoek|en (meerv.)

plat, rond baksel dat meestal met stroop wordt gegeten
Voorbeeld:  `appelpannenkoek`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
flensje pannekoek streuf

Intensiveringen
Hoe kun je met pannenkoek een ander begrip versterken?
bleek als een pannenkoek; plat als een pannenkoek;

8 definities op Encyclo
  1. in pan gebakken plat deegproduct Jaar van herkomst: 1280-1290 (CG I Rijkhoven Oudenbiezen )
  2. ankerbol, die gevormd wordt door twee, haaks inelkaar gestoken schijven. De term is waarschijnlijk niet uit de echte beroepsvaart afkomstig.
  3. dunne, ronde, gebakken koek van meel, melk en eieren vb: we aten die avond pannenkoeken met stroop
  4. •een platte, ronde koek die in een pan gebakken is.
  5. 1) Baksel 2) Broodvervanger 3) Etenswaar 4) Flens 5) Flensje 6) Gebakken gerecht 7) Gerecht 8) Hete koek 9) Insect 10) Lekkernij 11) Meelkost 12) Melkkost 13) Nationaal g...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met pannenkoek:
pannenkoekenpannenkoekendagpannenkoekenrestaurant

Deze woorden eindigen op pannenkoek:
spekpannenkoekrozijnenpannenkoekkaaspannenkoekappelpannenkoek

Herkomst volgens etymologiebank.nl
pannenkoek (in pan gebakken plat deegproduct)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 96% van de Vlamingen het woord `pannenkoek`.