ontrieven

werkw.
Uitspraak:  [ɔnt'rivə(n)]
Vervoegingen:  ontriefde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft ontriefd (volt.deelw.)

als ik u niet ontrief ouderwets   (<beleefdheidsformule waarmee je je voor de vorm verontschuldigt voor eventueel ongemak dat je iemand anders bezorgt>) `Graag met suiker en melk, als ik u niet ontrief.`

© Kernerman Dictionaries.

2 definities op Encyclo
  • 1) Beroven van zijn gerief 2) Derangeren 3) Gemak ontnemen 4) Genot ontnemen 5) Het gemak wegnemen 6) Ongemak bezorgen 7) Ongemak veroorzaken 8) Schaden
  • ongemak veroorzaken Jaar van herkomst: 1427 (MNW )
  • Toon uitgebreidere definities

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    ontrieven (ongemak veroorzaken)