Spreekwoorden en zegswijzen
• je moet de snaren niet te sterk spannen (=je moet niet al te streng zijn, niet al te veel eisen)
• de Hebreeërs bouwden het, maar de Egyptenaren hebben het. (Exodus 1:11-14) (=het vuile werk door anderen opknappen en het resultaat zelf pakken)
• alles op haren en snaren zetten (=alle middelen aanwenden / alles in het werk stellen)
Naar de spreekwoorden

Deze woorden eindigen op naren:
evenarenpinarenbesnaren

Op andere websites
Zoek naren in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek naren op Google
Zoek naren op Woordenlijst.org
Zoek naren in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek naren op Wikipedia