looper als dialectwoord
• Loper (Zevenbergs) 4 definities op Encyclo
- Uit `De lagere vaktalen: De molenaarstaal` 1914 bovenste meulensteen, hij loopt of draait en maalt.
- Uit `De lagere vaktalen: De steenbakkerstaal` 1914 de steenen van den kleimolen.
- [Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] kadastraalboek, erfregister
- Een oog steek-vormend element dat een onderdraad of een dekkingsdraad op sommige types van naaimachine draagt.
Toon uitgebreidere definitiesOp andere websites
Zoek looper in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek looper op
Google
Zoek looper op
Woordenlijst.org
Zoek looper in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek looper op
Wikipedia