• zo scheel als de hondenwacht (=zeer scheel) • wie met honden omgaat, krijgt vlooien (=wie in slecht gezelschap verkeert, neemt slechte gewoonten over) • wanneer twee honden vechten om een been, loopt de derde ermee heen (=als twee strijdende personen of partijen zich richten op elkaar, kan een ander daarvan profiteren door zich datgene toe te eigenen waar om gestreden wordt) • vrienden in nood, honderd in een lood (=wanneer er zich problemen voordoen, laten vrienden je vaak in de steek) • veel honden zijn der hazen dood (=voor de overmacht moet men wel bezwijken) Toon alle 21 spreekwoorden die honde bevatten