gevieren als dialectwoord
met zijn vieren (Evergems)  

Taaladvies
Met vieren / met ons gevieren / met vier / met z`n vieren / met ons vieren: Welke combinaties zijn correct: We waren met vier, We waren met vieren, We waren met ons gevieren, We waren met z`n vieren, We waren met ons vieren?

2 definities op Encyclo
  • vier te zamen, met zijn vieren ook: Voorbeeld: ‘'s gevieren’: Voorbeeld: ‘Ze vertrokken 's gevieren naar 't dorp’ (Zomerland II 109)
  • 1) Met zijn vieren 2) Vier tezamen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op gevieren:
zegevieren

Op andere websites
Zoek gevieren in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek gevieren op Google
Zoek gevieren op Woordenlijst.org
Zoek gevieren in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek gevieren op Wikipedia