[Let op: mogelijk oud Nederlands van 1400-1800] vrij, uitgenomen, bevrijd
1) Niet vallend onder 2) Onttrokken aan 3) Niet vallende onder
Latijn: exemptus: wat uitgezonderd is, nl. het in bepaalde opzichten niet vallen onder het bisschoppelijke gezag van (leden van) een religieuze orde of congregatie. Zie ook: bisschop.
onttrokken aan (toon de herkomst via de etymologiebank)