• zijn eigen luizen bijten hem (=hij wordt gekweld door zijn eigen kinderen) • van zich afbijten/afslaan (=zich fel verdedigen) • schaamte de kop afbijten (=je niet meer schamen) • op een houtje bijten (=honger hebben) • op de magerste paarden bijten de dazen. (=arme mensen hebben vaak pech) Toon alle 21 spreekwoorden die bijte bevatten