• zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens (=het is nergens zo goed als thuis) • zachtjes aan, dan breekt het lijntje niet (=handel voorzichtig, dan mislukt het niet) • zachtgekookt ei (=onheldhaftig persoon) • wiens brood men eet, diens woord men spreekt (=diegene bij wie we ons geld verdienen geven we meestal gelijk) • wie zijn naasten te schande maakt, onteert zichzelf (=een klein foutje, kan een groot geheel te schande maken) Toon alle 134 spreekwoorden die Kt bevatten