• iemand de genadeslag geven (=iemand die al in grote moeilijkheden zit nog een probleem erbij geven zodat diegene het niet meer aan kan) • genadebrood eten (=door anderen onderhouden worden) • genade voor recht laten gelden (=de straf kwijtschelden) • genade vinden (=ergens geen straf voor krijgen of iets niet toegerekend worden) • de tijd kent geen genade (=de tijd gaat sneller voorbij dan je denkt) Naar de spreekwoorden