• zijn hoed zit altijd op zijn hoofd (=hij groet nooit iemand) • zijn haan moet altijd koning kraaien (=hij wil altijd de baas zijn) • wijd van huis is altijd rijk. (=iemand die van ver komt, kan makkelijk liegen.) • wie een hond wil slaan, vindt altijd wel een stok (=als je kritiek wil hebben op iemand, vind je altijd wel een reden) • Pietje de dood maait altijd. (=doodgaan is onvermijdelijk) Toon alle 36 spreekwoorden die Alti bevatten