getrouwd

bijv.naamw.
Uitspraak:  [xeˈtrɑut]
Afbreekpatroon:  ge·trouwd

als je een officieel huwelijk met iemand hebt
Voorbeeld:  `pas getrouwd zijn`
Antoniem:  ongetrouwd;≠ gescheiden
Synoniem:  gehuwd
Zo zijn we niet getrouwd.  (dat was de afspraak niet)


Synoniemen
gehuwd   gescheiden (antoniem)   ongetrouwd (antoniem)   

Spreekwoorden en zegswijzen
• zo zijn we niet getrouwd (=op die manier iets niet afgesproken hebben)
• over de puthaak getrouwd (=onwettig samenwonend)
• onder de bezem getrouwd zijn (=ongetrouwd samenwonen)
getrouwd zijn over de puthaak (=onwettig samenwonen)
• er niet mee getrouwd zijn (=er niet aan vastzitten, er niet toe verplicht zijn)
Naar de spreekwoorden

3 definities op Encyclo
  • •voltooid deelwoord van trouwen.
  • wie met iemand anders een huwelijk heeft gesloten vb: zij zijn getrouwd, dus de kinderen heten naar de vader Synoniem: gehuwd Tegenstellingen: ongehuwd vrijgezel
  • 1) Gehuwd 2) In de echt verbonden 3) Verbonden
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op getrouwd:
aangetrouwdongetrouwdpasgetrouwd

Taaladvies
Wordt deze samenstelling aaneen geschreven, of komt er een spatie tussen? Zie pasgetrouwd koppel / pas getrouwd koppel

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat betekent getrouwd?
'als je een officieel huwelijk met iemand hebt'
Hoe spel je getrouwd?
getrouwd spel je G E T R O U W D
Wat is een ander woord voor getrouwd?
Een ander woord getrouwd is gehuwd.
Wat is het tegenovergestelde van getrouwd?
Antoniemen van getrouwd zijn gescheidenongetrouwd;≠ gescheiden en ongetrouwd.

Op andere websites
Zoek getrouwd in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek getrouwd op Google
Zoek getrouwd op Woordenlijst.org
Zoek getrouwd in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek getrouwd op Wikipedia