zwendelaar

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  zwendelaars
Verbuigingen:  zwendelaartje

bedrieger, oplichter
Voorbeeld:  `De zwendelaar heeft de bank voor duizend euro opgelicht.`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
fraudeur huwelijkszwendelaar

5 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m., ~STER, v. (-s), oplichter, bedrieger, bedriegster. *...EN, ow. gelijkvloeiend (ik zwendelde, heb gezwendeld), oneerlijk handele...
  2. •bedrieger, oplichter.
  3. 1) Afzetter 2) Bedrieger 3) Charlatan 4) Flessentrekker 5) Fraudeur 6) Gemeen individu 7) Huwelijkszwendelaar 8) Iemand die bedrieglijk te werk gaat 9) Jatmoos 10) Knoeie...
  4. iemand die zwendel bedrijft; iemand die zwendelt
  5. oplichter Jaar van herkomst: 1789 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zwendelaar:
zwendelaars

Deze woorden eindigen op zwendelaar:
huwelijkszwendelaar

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zwendelaar (oplichter)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `zwendelaar`.