zouten

werkw.
Uitspraak:  ['zɑutə(n)]
Vervoegingen:  zoutte (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezouten (volt.deelw.)

zout toevoegen
Voorbeelden:  `de groenten zouten`,
`gezouten ham`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
inmaken

Spreekwoorden en zegswijzen
• gezouten scherts (=bijtende scherts)
Naar de spreekwoorden

8 definities op Encyclo
  • ontstaan uit reactie van een zuur met een base. In de chemie zijn talloze zouten gekend. Bij zouten wordt een onderscheid gemaakt tussen goed oplosbare en minder goed opl...
  • (ov.ww.) 1 met zout bestrooien, toebereiden 2 in zout leggen => pekelen
  • • [ov] met zout conserveren. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  • Uit `De lagere vaktalen: Diamantbewerking` 1914 bedriegelijke handelwijze: het leggen van ruwe diamanten in een stuk grond en het doen voorkomen alsof men diamant-houdend...
  • voedsel of een gerecht tijdens of na de bereiding met zout bestrooien, om het op smaak te brengen
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op zouten:
    gezouteningezoutenongezoutenontzoutenopgezoutenopzoutensteenzoutenverzouten

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    zouten