zitten met

werkw.
Uitspraak:  zɪtə(n) mɛt]
Vervoegingen:  zat met (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezeten met (volt.deelw.)

last hebben van of als probleem beleven
Voorbeeld:  `Hij zat er erg mee dat hij zijn dochter niet op tijd kon ophalen.`

© Kernerman Dictionaries.