het zitje

zelfst.naamw.
Uitspraak:  ['zɪcə]
Verbuigingen:  zitje|s (meerv.)

1) los stoeltje
Voorbeelden:  `kinderzitje`,
`een veilig zitje op de bagagedrager`,
`een inklapbaar zitje`

2) twee of meer makkelijke stoelen met een tafeltje
Voorbeelden:  `een gezellig zitje bij de open haard`,
`een zitje in de tuin met prachtig uitzicht over het dal`

© Kernerman Dictionaries.

3 definities op Encyclo
  1. Na het accident moet het mogelijk zijn om de rijder en het zitje samen uit de wagen te verwijderen. Sinds 1999 zeggen de reglementen dat het zitje niet langer als een vas...
  2. •een kleine, vaak afgeschermde zitplaats voor een klein kind.
  3. 1) Deel van een gebouw 2) Gelegenheid om te zitten 3) Kinderstoel 4) Kinderstoeltje 5) Plek om te zitten 6) Stoeltje voor kleine kinderen 7) Tafel met enige stoelen 8) Ta...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op zitje:
autozitjebabyzitjekinderzitje

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zitje

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `zitje`.