zeulen

werkw.
Uitspraak:  zølə(n)]
Vervoegingen:  zeulde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gezeuld (volt.deelw.)

met moeite dragen of voortslepen
Voorbeelden:  `De oude dame liep te zeulen met twee enorme koffers.`,
`met een probleemgezin van instantie naar instantie zeulen`
Synoniem:  sjouwen

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
sjorren sjouwen torsen

6 definities op Encyclo
  1. met veel moeite dragen vb: hij zeulde de koffier naar boven Synoniemen: sjouwen torsen
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] ow. [gelijkvloeiend] (ik zeulde, heb gezeuld), met kracht medeslepen; voorttrekken, vissen met een door een paar...
  3. • [inerg] "~ met" met inzet van grote inspanning iets dragend rondlopen. • [ov] iets met grote inspanning verplaatsen. •tweede betekenisomschrijving. •enz.
  4. 1) Dragen 2) Hard werken 3) Met moeite voortslepen 4) Met veel moeite voortslepen 5) Sjorren 6) Sjouwen 7) Slepen 8) Torsen 9) Voortsjouwen
  5. [Vergeten woorden] (zw. -de) ploegen, voren trekken [= zeulen ‘voortslepen’, van zeul ‘ploeg’]
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
zeulen (voortslepen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 98% van de Nederlanders en 97% van de Vlamingen het woord `zeulen`.