I zeeg

bijv.naamw.

aan mensen en de omstandigheden van de jacht gewend zijn van een vogel
Voorbeeld:  `De eerste fase van de training is het zeeg maken van de vogel.`


II zeeg

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  zegen

1) bolling van een oppervlak of lijn

2) geit


Bron: WikiWoordenboek.

11 definities op Encyclo
  1. De opwaartse (bolle) ronding van bv. stalen of betonnen liggers die bij het fabriceren bewust is aangebracht. Hierdoor krijgt men een goede afwatering van bv. een groot p...
  2. Zie tocht.
  3. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-en), wijfje van den reebok, geit.
  4. VOC - Scheepsbouw : het ongeveer parabolische verloop van dekken en berghouten, ofwel bocht in de deklijn, in zijaanzicht.
  5. Kromming of verloop in de deklijn vanaf het voorschip tot het achterschip. Het verschil in centimeters (of vroeger een andere maatvoering) wordt deksprong genoemd. Je tre...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met zeeg:
zeegaandzeegangzeegatzeegatenzeegevechtzeegevechtenzeegezichtzeegezichtenzeegodzeegodenzeegodinzeegodinnenzeegolfzeegraszeegrasveldzeegrasveldenzeegrenszeegrindzeegroen

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. zeeg (gebogen lijn)
  2. zeeg (geit)
  3. zeeg (mak, kalm)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 60% van de Nederlanders en 57% van de Vlamingen het woord `zeeg`.