I wis

bijv.naamw.
Verbuigingen:  wisser
Verbuigingen:  wist

stellig, zeker


II wis

zelfst.naamw. (de)
Verbuigingen:  wissen
Verbuigingen:  wissetje

1) twijg

2) met een twijg samengebonden bundel


Bron: WikiWoordenboek.

Intensiveringen
Hoe kun je met wis een ander begrip versterken?
wisse dood; wisse ondergang; wis en waarachtig;

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: bijvoegelijk naamwoord (-ser, meest wis), ~SELIJK, bijwoord zeker, stellig, gewis, waar; zekerlijk.
  2. Uit `De lagere vaktalen: Taal van kuipers, klompenmakers en kurkensnijders` 1914 een wis kloefen, dat is 13 paar die opgewist zijn. Eene wis maakt uit 13 paar kloefen (vo...
  3. 1) Beslist 2) Bijwoord 3) Bundeltje 4) Eiland in de Adriatische Zee 5) Geheid 6) Gewis 7) Niet twijfelachtig 8) Ongetwijfeld 9) Ontwijfelbaar 10) Precies 11) Stellig 12) ...
  4. Wondverzorging, incontinentie en stoma.
  5. WIS kan de volgende betekenissen hebben: ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met wis:
wis afwis uitwis wegwisbaarwisecrackswiskundewiskundeboekwiskundeknobbelwiskundeleraarwiskundeleraarswiskundelerarenwiskundelerareswiskundeleswiskundelessenwiskundelokaalwiskundemeisjewiskundeonderwijswiskundigwiskundigewiskundigen
Toon alle woorden die beginnen met wis

Deze woorden eindigen op wis:
kwisongewisgewis
Toon alle woorden die eindigen op wis

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. wis (teen, twijg, strobos)
  2. wis (vaatdoek)
  3. wis (weiland)
  4. wis (zeker)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 97% van de Nederlanders en 93% van de Vlamingen het woord `wis`.