wedden

werkw.
Uitspraak:  ['wɛdə(n)]
Vervoegingen:  wedde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gewed (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

iets beweren, bijvoorbeeld over de toekomst, waarbij je afspreekt dat je iets krijgt als blijkt dat je gelijk hebt
Voorbeelden:  `Zullen we wedden om een biertje?`,
`wedkantoor`
Wedden dat...  (<dit zeg je voor je iets beweert waarvan je vrijwel zeker bent>) `Wedden dat hij nog ligt te slapen?`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
inzetten verwedden

6 definities op Encyclo
  1. als pand geven
  2. afspraken dat je de ander iets geeft als hij gelijk heeft, en andersom vb: ik heb met hem gewed dat Ajax zou winnen ik wil wedden dat .... [ik weet zeker dat ....]
  3. •geld wagen op een toekomstige gebeurtenis.
  4. Boven-en onderzijd van een kuilnet aan elkaar steken.
  5. 1) De verdiensten op het spel zetten 2) Een pari aangaan 3) Een weddenschap aangaan 4) Gokken 5) Gokken om geld 6) Gokken met geld 7) Inzetten 8) Pariëren 9) Verwedden
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met wedden:
weddenschapweddenschappen

Deze woorden eindigen op wedden:
verwedden

Herkomst volgens etymologiebank.nl
wedden (gokken)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `wedden`.