waxen
werkw.
| Afbreekpatroon: | wa·xen |
| Herkomst: | «Engels |
| Vervoegingen: | waxte (verl.tijd ) |
| Vervoegingen: | gewaxt (volt.deelw.) |
1) iets met wax behandelen zodat het waterafstotend wordt | Voorbeelden: | `laarzen of een jas waxen`, `ski's waxen` | |
2) ontharen waarbij het haar met wortel en al verwijderd wordt | Voorbeeld: | `waxen om je lichaam van ongewenste beharing te ontdoen` | |
1 definitie op Encyclo
Toon uitgebreidere definitiesHerkomst volgens etymologiebank.nl
waxenTaaladvies
- Hoe moet je het woord waxen afbreken als het niet in zijn geheel op de regel past? Zie waxen: waar breek je het af?
- Is dit juist: het te ontharen gebied? Zie het te ontharen gebied
Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van waxen?
De verleden tijd van waxen is 'waxte'. Het voltooid deelwoord is 'gewaxt'.
Wat betekent waxen?
'iets met wax behandelen zodat het waterafstotend wordt' en 'ontharen waarbij het haar met wortel en al verwijderd wordt'
Hoe spel je waxen?
waxen spel je W A X E N Op andere websites
Zoek waxen in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek waxen op
Google
Zoek waxen op
Woordenlijst.org
Zoek waxen in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek waxen op
Wikipedia