de spot

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [spɔt]
Verbuigingen:  spot|s (meerv.)

1) iets waarmee je iets of iemand belachelijk maakt
Voorbeelden:  `De leerlingen dreven de spot met hun leraar.`,
`Hij is het mikpunt van spot en wordt altijd gepest.`

2) lamp die fel en gericht licht geeft
Voorbeeld:  `een spotje richten op een foto aan de wand`
Synoniem:  spotlight

3) korte reclame op de radio of tv
Voorbeeld:  `reclamespot`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanfluiting belediging beschimping bespotting gespot honende woorden honenwoorden hoon ironie reclameboodschap reclamespot sarcasme schamp schimp smaad spotternij

Spreekwoorden en zegswijzen
• De spot drijven met (=spotten, iemand belachelijk maken)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met spot een ander begrip versterken?
spotgoedkoop
Hoe kun je spot krachtiger uitdrukken?
bijtende spot;

12 definities op Encyclo
  1. het iemand belachelijk maken vb: zij hebben de spot met hem gedreven reclamefilmpje op televisie of in de film vb: heb je dat spotje van Philips gezien? lamp die een bund...
  2. Smart Personal Objects Technology, concept voor simpele apparaatjes die actuele informatie kunnen ontvangen; zie Volkskrant jan 03
  3. Stichting ter Promotie en Optimalisatie van Televisiereclame. Is ook vertegenwoordigd in SKO.
  4. Zo wordt een lamp die zijn licht werpt op het podium genoemd.
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. [geen meervoud] grap, boert, scherts; bespotting, spotternij; den - drijven met, bespotten. ~ACHTIG, [bijvoegelijk naamwoord] en [bi...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met spot:
spotachtigspotdichtspotdichtenspotgoedkoopspotliedspotlightspotlijsterspotlijstersspotlustspotmetingspotprentspotsspottespottenspotten metspottingspotvogelspotvogels

Deze woorden eindigen op spot:
bespotgespothotspothutspotzelfspotg-spotpispotreclamespottabakspotvleespot

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. spot (reclameboodschap, projectiebeeld, lamp)
  2. spot (schertsende humor)
  3. spot (vochtvlek)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 100% van de Vlamingen het woord `spot`.