waken voor

werkw.
Uitspraak:  ['wakə(n) vor]
Vervoegingen:  waakte voor (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gewaakt voor (volt.deelw.)

1) passen op (iets) en beschermen
Voorbeeld:  `We moeten waken voor onze persoonlijke vrijheid.`

2) proberen te voorkomen
Voorbeelden:  `We moeten waken voor al te voorbarige conclusies.`,
`De regering moet ervoor waken dat de bezuinigingen de zwaksten treffen.`

© Kernerman Dictionaries.