vouwen

werkw.
Uitspraak:  ['vɑuwə(n)]
Vervoegingen:  vouwde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft gevouwen (volt.deelw.)

een vouw maken door een stuk textiel, papier enz. op een ander stuk van dezelfde kant te leggen
Voorbeelden:  `Vouw jij je onderbroeken?`,
`Vouw de brief tweemaal in de breedte.`,
`een hoedje vouwen`,
`opvouwen`
je handen vouwen  (je handen zo bij elkaar doen dat elke vinger naast een vinger van de andere hand ligt, als je gaat bidden)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
opvouwen

8 definities op Encyclo
  • Vouwen is een techniek om een materiaal dubbel te leggen, zonder het materiaal blijvend te beschadigen. Het doel is het materiaal of object kleiner te maken, bijvoorbeel...
  • •twee delen over een naad tezamen buigen. (+audio)
  • het dubbelslaan en de rand plat maken vb: hij vouwde de krant in vieren samendoen vb: ze vouwde haar handen toen ze ging bidden
  • 1) Boekbindersterm 2) In plooien vallen 3) Klappen 4) Opvouwen 5) Papier dubbelslaan 6) Pliëren 7) Plooien 8) Plooien maken
  • delen over elkaar leggen Jaar van herkomst: 1277 (CG I 1, 362 )
  • Toon uitgebreidere definities

    Deze woorden eindigen op vouwen:
    dubbelvouwengevouwenomgevouwenontvouwenopenvouwenopgevouwenopvouwensamengevouwentoegevouwenuitgevouwen

    Herkomst volgens etymologiebank.nl
    vouwen (plooien)