de voordeur

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  ['vordør]
Verbuigingen:  voordeur|en (meerv.)

deur waardoor je een huis binnen gaat, gewoonlijk aan de straatkant
Voorbeeld:  `Er staat iemand aan de voordeur.`
Antoniem:  achterdeur

© Kernerman Dictionaries.

5 definities op Encyclo
  1. hoofdingang, meestal aan de voorkant van het huis vb: het bezoek mocht door de voordeur naar binnen
  2. •de hoofddeur aan de voorzijde van een woning.
  3. hoofddeur van een huis: een mooi afgewerkte entree is het eerste dat opvalt bij binnengaan van een woning. Lees hoe je de deur een mooi aanzien geeft in het artikel Schil...
  4. De voordeur is de deur in de hoofdingang van een pand. Bij een huis in de rij is dit vrijwel altijd de enige ingang in de rooilijn, en die zit dan dus in de voorgevel. Bi...
  5. 1) Buitendeur 2) Deel van een gebouw 3) Deel van een huis 4) Deur aan de voorkant 5) Deur naar buiten 6) Hoofdingang 7) Huisdeur 8) Toegang 9) Toegang tot een huis 10) Vo...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met voordeur:
voordeuren

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `voordeur` kennen.