volmondig

bijv.naamw.
Uitspraak:  [vɔl'mɔndəx]

(van iets wat je zegt) vol overtuiging, zonder aarzeling of voorwaarden
Voorbeelden:  `Een volmondig 'nee' is daarop ons antwoord.`,
`Op mijn vraag antwoordde hij volmondig 'Ja'.`

© Kernerman Dictionaries.

Intensiveringen
Hoe kun je met volmondig een ander begrip versterken?
volmondig instemmen met; volmondig ja; volmondig toegeven; volmondig beamen; volmondig erkennen;

3 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), onbewimpeld; duidelijk. *...OP, [bijwoord] overvloedig, -lijk. -, o. [geen meervoud...
  2. 1) Eerlijk 2) Gezwind 3) Grif 4) Kwiek 5) Onverholen 6) Openhartig 7) Ronduit 8) Vlot 9) Zonder restrictie
  3. zonder restrictie Jaar van herkomst: 1611 (WNT )
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
volmondig (zonder restrictie)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 100% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `volmondig`.