groot

bijv.naamw.
Uitspraak:  [xrot]

1) met meer dan normale omvang of afmetingen
Voorbeelden:  `een groot flatgebouw met 20 verdiepingen`,
`De filmster werd onder grote belangstelling begraven.`
Antoniem:  klein
Synoniem:  flink
grote eter  (iemand die veel eet)
Houd je grote mond!  (wees niet zo brutaal)
in groten getale  (met heel veel) `De mensen gingen in groten getale de straat op om te protesteren.` Synoniem: massaal

2) belangrijk
Voorbeeld:  `een groot staatsman`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanzienlijk bekend belangrijk beroemd bijzonder flink gewichig omvangrijk vermaard klein (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• veel kleintjes maken een groot (=veel kleine stukjes leveren uiteindelijk ook een geheel op)
• te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken. (=geen kind meer, maar nog te jong voor volwassen zaken.)
• loop naar je grootje (=ga weg!)
• Groot bal op kleine aardappelen (=Boven zijn stand leven)
• geen groot licht zijn. (=niet al te slim zijn.)
Toon alle 7 spreekwoorden die groot bevatten

Taaladvies
Grootste: (tweede -, - op een na, (op) Is de tweede grootste partij correct?

Intensiveringen
Hoe kun je met groot een ander begrip versterken?
groot gelijk; groot gevaar; groot kenner; groot succes; groot taboe; groot verlies; grote eer; grote troost; grote verrassing; grote verscheidenheid; grote klasse; eigenwijs als hij groot is; op grote schaal; grote overstroming; grote schande; grote hoogte
Hoe kun je groot krachtiger uitdrukken?
groot als de oceaan; groot als duiveneieren; groot als een eiland; groot als een kalf; groot als een kasteel; groot als een kathedraal; levensgroot
Uitdrukkingen die groot betekenen (waarin het woord zelf niet voorkomt):
aanzienlijk deel; aanzienlijke verbetering; aanzienlijke waarde; een beer van een vent; een boom van een kerel; een boom van een vent; een kanjer van een; een knaap van een; een knoert van een; een knots van een; handen als kolenschoppen; kast van een huis; kloek boek; koeienletters; ogen als schoteltjes; van formaat;

10 definities op Encyclo
  1. GROOT WATER: die delen van het binnenwater, die (vroeger) in open verbinding met de zee staan (stonden), alsmede de bendenloop van de grote rivieren. GROOT OPEN WATER: di...
  2. oude munt, een vrij groot zilverstuk; na de 15e eeuw benaming voor de waarde van een halve stuiver.
  3. munt ter waarde van 1-2 stuiver.
  4. Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), niet klein; hoog; uitgestrekt; lang; ruim; zwaar, dik; aanzienlijk, voornaam; belang...
  5. •meer dan normaal in formaat. •bewonderenswaardig, goed. •machtig, belangrijk. •volwassen
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met groot:
grootaandeelhoudergrootakkoordgrootboekgrootboekengrootboekrekeninggrootbrengengrootcirkelgrootgebrachtgrootgrondbezittergrootgruttersgroothandelgroothandelaargroothandelsgroothartiggroothedengrootheidgrootheidswaangrootheidswaanzingroothoekobjectiefgroothouden
Toon alle woorden die beginnen met groot

Deze woorden eindigen op groot:
begrootbreng grootlevensgrootmiddelgrootEïs-grootreuzegrootBis-grootuitvergrootvergrootAs-grootBes-grootDes-grootEs-grootGes-grootGis-grootAïs-grootFis-grootB-grootCis-grootDis-groot
Toon alle woorden die eindigen op groot

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. groot (munt)
  2. groot (niet klein)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `groot` kennen.