de vloed

zelfst.naamw. (m.)
Uitspraak:  [vlut]

1) regelmatig terugkerende toestand waarin de zee hoger wordt en een stuk land overspoelt
Voorbeeld:  `Bij vloed wordt het strand een stuk kleiner.`
Antoniem:  eb

2) grote hoeveelheid van iets dat in je richting komt
Voorbeeld:  `een vloed aan reacties`
Synoniem:  toevloed

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
hoogwater stroom toeloop toevloed eb (antoniem)

Spreekwoorden en zegswijzen
• werelds goed is eb en vloed (=aardse goederen komen en gaan)
Naar de spreekwoorden

Intensiveringen
Hoe kun je met vloed een ander begrip versterken?
tranenvloed; vloed van tranen;

18 definities op Encyclo
  1. 1> de periode vanaf de laagste watertstand tot en met de hoogste waterstand, op getijdewater. [U>] 2> hoogwater: de hoge waterstand op getijdewater. OVER DE VLOED: als, s...
  2. Zie getijwater.
  3. [Aardrijkskunde] De hoge stand van zeewater
  4. Opkomen van het water, en tegengesteld aan eb (afgaan van het water).
  5. Periode van hoogwater.
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met vloed:
vloedankersvloedenvloedgolfvloedgolvenvloedgraaf

Deze woorden eindigen op vloed:
beïnvloedinvloedstormvloedwoordenvloedovervloedkraamvloedstortvloedtoevloedzondvloed

Herkomst volgens etymologiebank.nl
vloed (stroom vloeistof; opkomend tij, hoog water)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vloed` kennen.