de vlakte

zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak:  ['vlɑktə]
Verbuigingen:  vlakte|n, vlakte|s (meerv.)

groot, vlak gebied
Voorbeeld:  `In het westen gaan de bergen over in een vlakte.`
tegen de vlakte gaan  (op de grond vallen of (van huizen) afgebroken worden) `Hij werd onwel en ging tegen de vlakte.`
je op de vlakte houden  (je mening niet geven, geen duidelijk antwoord geven) `Toen hem gevraagd werd naar mogelijke ontslagen, hield hij zich op de vlakte.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
laagland veld

Spreekwoorden en zegswijzen
• zich op de vlakte houden (=zich niet te veel met de zaak bemoeien, geen duidelijk oordeel geven)
Naar de spreekwoorden

10 definities op Encyclo
  1. een overwegend horizontale reliëfvorm, met horizontale horizonlijn en met bijna geen of weinig plaatselijke hoogteverschillen (hooguit enkele meters), waarin heel gering...
  2. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-n), uitgestrektheid, plat land, effen grond; vallei; (ook) vlakke zijde (van iets). ~MAAT, v. (...aten), maat in het vierkant (len...
  3. Uitgestrekt (vrijwel) boomloos gebied op eenzelfde hoogte, eventueel iets hellend. Alternatieven: vlaktes
  4. Spreekwoorden: (1914) Vlakte komt in verschillende jonge zegswijzen voor; vgl. Harreb. II, 387: In de vlakte komen, rond voor de zaak uitkomen; op de vlakte komen, te voo...
  5. gedeelte van het land, stuk land vb: we zagen een enorme vlakte voor ons tegen de vlakte gaan [flauwvallen (mensen), afgebroken worden (gebouwen)] hem tegen de vlakte sla...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met vlakte:
vlaktemaatvlaktematenvlaktenvlaktes

Deze woorden eindigen op vlakte:
ijsvlakteoppervlaktezoutvlaktelaagvlaktezeevlaktezandvlaktevervlaktegrasvlakteaardoppervlaktewakvlaktehoogvlakte

Herkomst volgens etymologiebank.nl
vlakte (vlak terrein)

Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vlakte` kennen.