de vlag

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [vlɑx]
Verbuigingen:  vlag|gen (meerv.)

doek in een of meer kleuren dat een land of een partij vertegenwoordigt, of dat dient om een signaal te geven
Voorbeelden:  `met een vlag zwaaien`,
`de vlag hijsen`,
`De vlaggen wapperen in de wind.`
Synoniem:  vaandel
de witte vlag  (vlag waarmee je zwaait als je je overgeeft)

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
banier standaard vaan vaandel vendel

Spreekwoorden en zegswijzen
• onder valse vlag varen (=zich voordoen als een ander of zich anders voordoen)
• met vlag en wimpel slagen. (=met een zeer goede beoordeling slagen.)
• een vlag op een modderschuit (=iets wat totaal misstaat)
• de vlag voor iemand strijken (=voor iemand onderdoen, zijn meerdere erkennen)
• de vlag uitsteken (=ergens erg blij mee zijn.)
Toon alle 10 spreekwoorden die vlag bevatten

Intensiveringen
Hoe kun je met vlag een ander begrip versterken?
met vlag en wimpel slagen;

25 definities op Encyclo
  1. Staartpluim.
  2. De vlag die aan de vlaggenstok hangt welke in de hole staat. Meestal een opvallende kleur zodat men ze vanop afstand goed kan zien.
  3. Staartpluim.
  4. overwinning, succes, ambitie, geboren leider, houdt niet van kritiek.
  5. Let op: Spelling (deels) uit 1864: v. (-gen), vaandel, vaan; (in de dichtkunde.) dundoek; de witte -, vlag ten teken van overgave; [oudtijds] ) fransche koninklijke vlag;...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met vlag:
vlag afvlagdevlagdenvlagenvlaggenvlaggenkundevlaggenlijnvlaggenlijnenvlaggenmastvlaggenmastenvlaggenschipvlaggenstokvlaggetjesdagvlaginstructievlagtvlagzalm

Deze woorden eindigen op vlag:
quarantainevlaggemeentevlagzegevlag

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. vlag (vaan)
  2. vlag (zoel)


Hoe bekend is het woord?
Uit onderzoek van het Centrum voor Leesonderzoek blijkt dat alle Nederlanders en Vlamingen het woord `vlag` kennen.