de visite

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [vi'zitə]
Verbuigingen:  visite|s (meerv.)

1) bezoek dat je aflegt
Voorbeeld:  `bij iemand op visite gaan`

2) mensen die op bezoek komen
Voorbeeld:  `De visite bleef maar zitten.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
aanloop bezoek

6 definities op Encyclo
  1. het naar iemand toe gaan vb: we gaan op visite bij tante Aag Synoniem: bezoek de mensen die naar iemand toe gaan vb: de bel gaat: daar is de visite Synoniem: bezoek
  2. visitatie.
  3. 1) Aanloop 2) Bezoek 3) Bezoeker 4) Gasten 5) Hit van lenny kuhr 6) Huisbezoek 7) Iemand die op bezoek is 8) Opwachting
  4. Lange of korte cape in de vorm van een shawl, voorzien van knopen en mouwsplitten, 1840 -1900.
  5. [hoorspel] - Visite is een hoorspel van Selma Urfer. Die Gäste werd op 30 januari 1968 door de Bayerischer Rundfunk uitgezonden. Gérard van Kalmthout vertaalde het en ...
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden beginnen met visite:
visiteervisiteerdevisiteerdenvisiteertvisitekaartjevisiterenvisiteurvisiteurs

Deze woorden eindigen op visite:
kraamvisite

Herkomst volgens etymologiebank.nl
visite (bezoek)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `visite`.