verwilderen

werkw.
Uitspraak:  [vər'wɪldərə(n)]
Vervoegingen:  verwilderde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is verwilderd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) geleidelijk wilder worden
Voorbeelden:  `Doordat we geen tijd hebben verwildert onze tuin.`,
`De katten in dat park zijn helemaal verwilderd.`

2) onbeschaafder worden
Voorbeelden:  `Mijn oma vindt dat de tegenwoordige jeugd verwildert.`,
`De gewoonten in het parlement verwilderen: politici gedragen zich steeds minder netjes.`

© Kernerman Dictionaries.

1 definitie op Encyclo
  1. 1) Degenereren
Toon uitgebreidere definities

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `verwilderen`.