verwilderen

werkw.
Uitspraak:  [vər'wɪldərə(n)]
Afbreekpatroon:  ver·wil·de·ren
Vervoegingen:  verwilderde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  is verwilderd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) geleidelijk wilder worden
Voorbeelden:  `Doordat we geen tijd hebben verwildert onze tuin.`,
`De katten in dat park zijn helemaal verwilderd.`

2) onbeschaafder worden
Voorbeelden:  `Mijn oma vindt dat de tegenwoordige jeugd verwildert.`,
`De gewoonten in het parlement verwilderen: politici gedragen zich steeds minder netjes.`


2 definities op Encyclo
  • 1) Weer woest worden 2) Degenereren
  • weer wild worden
Toon uitgebreidere definities

Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van verwilderen?
De verleden tijd van verwilderen is 'verwilderde'. Het voltooid deelwoord is 'is verwilderd'.
Wat betekent verwilderen?
'geleidelijk wilder worden' en 'onbeschaafder worden'
Hoe spel je verwilderen?
verwilderen spel je V E R W I L D E R E N

Op andere websites
Zoek verwilderen in het Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek verwilderen op Google
Zoek verwilderen op Woordenlijst.org
Zoek verwilderen in de woordenboeken van het Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek verwilderen op Wikipedia