vertrouwen op

werkw.
Uitspraak:  [vər'trɑuwə(n) ɔp]
Vervoegingen:  vertrouwde op (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft vertrouwd op (volt.deelw.)

uitgaan van (iets), rekenen op (iets of iemand)
Voorbeelden:  `Ik vertrouw erop dat je hierover je mond houdt.`,
`We vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.`,
`Ik vertrouw op mijn intuïtie.`

© Kernerman Dictionaries.