vastzitten aan

werkw.
Uitspraak:  [ˈvɑstsɪtə(n) an]
Vervoegingen:  zat vast aan (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft vastgezeten aan (volt.deelw.)

verplicht zijn iets te doen
Voorbeelden:  `vastzitten aan een contract`,
`Daar zitten verplichtingen aan vast.`
Synoniem:  gebonden zijn aan

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
gebonden zijn aan