de vakantiebaan

zelfst.naamw. (m./v.)
Uitspraak:  [va'kɑn(t)siban]
Verbuigingen:  vakantie|banen (meerv.)

werk dat scholieren of studenten doen tijdens de zomervakantie om wat geld bij te verdienen
Voorbeeld:  `een vakantiebaan als verkoopster in een kledingzaak`

© Kernerman Dictionaries.