uitfaden

werkw.
Afbreekpatroon:  'uit - fa - den
Herkomst:  «Engels
Vervoegingen:  fadede uit (verl.tijd )
Vervoegingen:  uitgefaded (volt.deelw.)

van scherp naar onscherp laten vervagen, geleidelijk laten verdwijnen film
Voorbeeld:  `Uitfaden aan het eind van een onderwerp zodat er langzaam uitgezoomd wordt.`
Antoniem:  infaden
Synoniem:  langzaam uitzoomen


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 41% van de Nederlanders en 45% van de Vlamingen het woord `uitfaden`.