uitfaden
werkw.
| Afbreekpatroon: | 'uit - fa - den |
| Herkomst: | «Engels |
| Vervoegingen: | fadede uit (verl.tijd ) |
| Vervoegingen: | uitgefaded (volt.deelw.) |
van scherp naar onscherp laten vervagen, geleidelijk laten verdwijnen film | Voorbeeld: | `Uitfaden aan het eind van een onderwerp zodat er langzaam uitgezoomd wordt.` | |
| Antoniem: | infaden |
| Synoniem: | langzaam uitzoomen |
Vraag & Antwoord voor je slimme speaker
Wat is de verleden tijd van uitfaden?
De verleden tijd van uitfaden is 'fadede uit'. Het voltooid deelwoord is 'uitgefaded'.
Wat betekent uitfaden?
'van scherp naar onscherp laten vervagen, geleidelijk laten verdwijnen'
Hoe spel je uitfaden?
uitfaden spel je U I T F A D E N Op andere websites
Zoek uitfaden in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek uitfaden op
Google
Zoek uitfaden op
Woordenlijst.org
Zoek uitfaden in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek uitfaden op
Wikipedia