de tuil

zelfst.naamw. (m.)
Verbuigingen:  tuilen
Verbuigingen:  tuiltje

1) bos bloemen
Voorbeeld:  `Met de linkerhand legt zij een bloementuil op het graf; in de rechterhand houdt zij een roos en met de rechterarm houdt zij nog een tuil voor haar borst.`

2) bloemenslinger of bloemenkrans in het haar, vooral gedragen door bruiden
Voorbeeld:  `Ik geef je er nog een krans hij van versche rozen! riep de koopvrouw blij en drukte Psyche den tuil op het hoofd.`

3) bloeiwijze waarbij bloemstelen zo in lengte verschillen dat alle bloemen van een tros in één vlak liggen
Voorbeeld:  `De bloemen zijn helder zuiverwit tot crèmewit, enkelvoudig, in tuilen, bundels of in trossen van zes tot twaalf bloemen per tuil, elke bloem met vijf ronde tot ovale petalen; (…)`

4) bos, bundel
Voorbeeld:  `Historia heeft aardige nukken: leest Elias in zijn besluitvorming een tuil ‘begripsbepalingen’ samen voor de intrensieke betekenis van de Vlaamse beweging, dan citeert hij b.v. een tekst uit Rudelsheim (…)`


Bron: WikiWoordenboek.

Synoniemen
bloemetje bloemstuk boeket ruiker

7 definities op Encyclo
  1. Let op: Spelling (deels) uit 1864: m. (-en), jokkernij, boert, scherts; figuurlijk iemand op den - houden, hem bedotten; zijnen - tuilen, zijn hoofd volgen, zijnen ei...
  2. bloemgestel dat structureel helemaal gelijk is aan een pluim, maar met verkorte internodia van de hoofdas, en met verlengde lagere internodia van de zijassen, waardoor al...
  3. Een vertakte bloeiwijze waarvan de onderste takken zoveel langer dan de bovenste zijn, dat alle bloemen ongeveer op dezelfde hoogte staan. Alternatieven: tuilen tuilvormi...
  4. 1) Bloeiwijze 2) Bloembos 3) Bloemetje 4) Bloemruiker 5) Bloemstuk 6) Boeket 7) Boeketje 8) Bos 9) Bos bloemen 10) Bosje 11) Bosje bloemen 12) Bouquet 13) Bundel bloemen ...
  5. bloeiwijze - Een tuil (corymbus) is een samengestelde, van boven platte of iets afgeronde bloeiwijze waarbij de onderste bloemstelen zoveel langer zijn dan de bovenste...
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
  1. tuil (arbeid)
  2. tuil (bundel bloemen)
  3. tuil (scherts, gril)


Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 65% van de Nederlanders en 84% van de Vlamingen het woord `tuil`.