trunk als dialectwoord
• Knotwilg (Londerzeels) • knotwilg (Kotnakes) 4 definities op Encyclo
- (Eng: trunk) 1. Een transmissielijn tussen twee punten, waarvan tenminste één van de punten extern is ten opzichte van de andere. 2. Een interface tussen een centrale verwerkingseenheid en een perifeer apparaat.
- 1) Koffer 2) Ventilatiekoker
- 1> in de binnenvaart gebruikt voor de (bovenkant van de) ladingtanks van een tankschip . Ook als trunc geschreven. Zie ook trunkdek . Oorspronkelijk Engelse term voor elke grote opslagruimte. Gerelateerde termen: tankhoofd . 2> éénmalig aangetroffen als synoniem voor een bun bedoelt voor plaatsing van een b...
- koker aan de zuigcilinder van een schip, koffer (toon de herkomst via de etymologiebank)
Toon uitgebreidere definitiesDeze woorden eindigen op trunk:
•
SIP TrunkHerkomst volgens etymologiebank.nl
- trunk (koker aan de zuigcilinder van een schip, koffer)
- trunk = tronk
Op andere websites
Zoek trunk in het
Algemeen Nederlands Woordenboek
Zoek trunk op
Google
Zoek trunk op
Woordenlijst.org
Zoek trunk in de woordenboeken van het
Instituut voor de Nederlandse Taal
Zoek trunk op
Wikipedia