trimmen

werkw.
Uitspraak:  [ˈtrɪmə(n)]
Vervoegingen:  trimde (verl.tijd enkelv.)
Vervoegingen:  heeft getrimd (volt.deelw.) Toon alle vervoegingen

1) trainen om fit te blijven sport
Voorbeeld:  `Ik trim elke ochtend een half uurtje in het park.`

2) de vacht (van dieren) knippen
Voorbeeld:  `Onze hond wordt een keer per jaar getrimd.`

© Kernerman Dictionaries.

Synoniemen
besnoeien bijknippen knippen oefenen snoeien

12 definities op Encyclo
  1. lichamelijke oefeningen doen vb: we gaan tegenwoordig twee keer in de week trimmen het haar van een hond bijknippen vb: onze hond moet regelmatig getrimd worden
  2. Het zodanig verdelen van gewicht dat de boot niet te veel voor- of achterover ligt. Men spreekt ook van trimmen bij het aanpassen van de stand van het zeil aan de windric...
  3. Het plukken van de bovenvacht van ruwharige honden.
  4. Het regelen van je drijfvermogen, zorgen dat je drijfvermogen neutraal blijft. Dit doe je voornamelijk door lucht in en uit je Trimvest te laten lopen. Bekijk ons artikel...
  5. Het plukken van de bovenvacht van ruwharige honden.
Toon uitgebreidere definities

Herkomst volgens etymologiebank.nl
trimmen (overladen; in goede conditie brengen)

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 99% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord `trimmen`.