triëren

werkw.
Afbreekpatroon:  tri - 'ë - ren
Herkomst:  «Frans
Vervoegingen:  trieerde (verl.tijd )
Verbuigingen:  heeft getrieerd Toon alle vervoegingen

1) sorteren
Voorbeeld:  `De verpleegkundige trieert alle patiënten bij binnenkomst op leeftijd en geslacht.`

2) het vouwen, adresseren en verzendklaar maken van kranten

3) het zuiveren van zaden en graan;
verkeerde zaden verwijderen
landbouw
Synoniem:  schiften


1 definitie op Encyclo
  1. 1) Schiften 2) Schiften van zaden 3) Sorteren 4) Uitlezen 5) Uitzoeken
Toon uitgebreidere definities

Deze woorden eindigen op triëren:
repatriëren

Herkomst volgens etymologiebank.nl
triëren

Hoe bekend is het woord?
Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 22% van de Nederlanders en 77% van de Vlamingen het woord `triëren`.